Theoloog en historicus Hans Geybels steunde in deze krant zijn 14-jarige zoon die gisteren staakte tegen het beleid van minister Demir. Zijn opinie instrumentaliseert het ongenoegen van de staking, met scholieren als kannonenvoer voor een territoriumgevecht waar niemand beter van wordt.
De scholieren staken tegen het schrappen van een aantal pedagogische studiedagen. Onder de waterlijn is het echter een politiek gevecht. De alerte Vlaamse Scholierenkoepel riep zelf op om nièt te staken, omdat de actie aangevuurd wordt door de extreemlinkse oppositiepartij PVDA. Dat scholieren en lestijd ingezet worden voor politieke oppositie tegen onderwijsbeleid is ongezien. Dat in dit opgeklopt klimaat zelfs 12(!) minderjarigen (doods)bedreigingen uitten ten aanzien van hun minister, een hallucinant symptoom van het problematisch sentiment binnen het onderwijs.
Opvallend is dat deze politieke oppositie een bondgenoot vindt in de territoriumdrang van het onderwijs zelf. En dus worden te midden van dat politieke steekspel jongeren nog wat opgepookt. Enkele lesvrije dagen minder, dat verdient een revolutie. Ondertussen hebben onze 15-jarigen 15 maanden (!) leervertraging opgelopen ten opzichte van onze 15-jarigen in het jaar 2000. In geen énkel Europees land lezen 10-jarigen slechter. Het duurt een jaar (!) langer vooraleer 10-jarige kinderen even goed kunnen lezen als 10-jarige kinderen in 2006 (!). Een volledig schooljaar onnodig tijdverlies dus. Dààr hebben onze scholieren en Geybels nooit tegen geprotesteerd. Integendeel, als politici dat willen aanpakken staat men op barricaden voor 2 extra lesvrije dagen. Dat kinderen het cynisme hiervan niet begrijpen en meer vakantie willen, of smartphones in de klas, tot daar aan toe. Van ouders, theologen, historici mag men meer en beter verwachten.
De academicus Geybels schrijft “het onderwijs waar onze minister op aanstuurt: strenge scholen waar tucht en discipline heersen en die er alleen op gericht zijn om de hoofden van onze kinderen vol te proppen met kennis.” Stelt u zich dat eens voor zeg! Onderwijs dat kinderen volpropt met kennis! Daar geen we toch niet mee beginnen, in deze complexe wereld? In de 21e eeuw werkt onwetendheid zoveel beter! Vol burgerschap kritisch nadenken over Gaza. Dat gaat natuurlijk beter zonder kennis van geschiedenis, aardrijkskunde en politiek. Voor alle duidelijkheid: Ook dit was cynisme. Geybels beschrijft heimwee naar onderwijs dat zich niet om kennis, maar om de ziel van zijn zoon bekommert. Wat dat betekent, weet ik als psycholoog niet. Dat kinderen nooit volop mens kunnen worden in een human-iora als ze niet kunnen lezen, zonder kennis, weet ik wel. Cognitieve vaardigheden zijn niet tegengesteld aan menswording, maar een voorwaarde.
Geybels vergelijkt ons onderwijsbeleid en de Engelse scholen die Demir bezocht vervolgens (“zonder overdrijving”, zo staat er bij) met Zweinstein, de strenge school uit Harry Potter. Tovenaars zijn zelfs in theologie geen goed argument maar in onderwijsonderzoek is focus op structuur en klasmanagement een uitstekende interventie om leerprestaties te verbeteren, ondersteund door heel wat wetenschappelijk onderzoek. En door de praktijk. Men kan die Engelse scholen ridiculiseren, maar ze slagen er wel in allochtone, kwetsbare kinderen evengoed te leren lezen en rekenen als de rijkeluiskinderen in het elitaire Eaton college, wat verderop. Hen naar de universiteit te brengen. Engelse kinderen verliezen géén volledig schooljaar, en zelfs geen 2 dagen. Ze lezen béter dan 20 jaar geleden. Mét migranten, met smartphones en TikTok. Béter. Dàt verdient extra vakantie.
En dan komt plots de aap uit de mouw. Het gaat niet om de jongeren maar om macht. Geybels schrijft: “Ook in geen enkele andere maatschappelijke sector is er zoveel overheidsinmenging.” Een absurde stelling. Na de tweede schoolstrijd ,die in 1958 beslecht werd met het Schoolpact, kent quasi geen énkel land evenveel vrijheid voor onderwijsverstrekkers dan het onze. Het is niet Demir die bepaalt wat er precies in de klas gebeurt en hoe. Dat bepalen de onderwijsverstrekkers. En dat feestje van de onderwijsvrijheid wordt ook in het vrij onderwijs onvoorwaardelijk gefinancierd door de overheid. Die betaalt maar niet bepaalt. Ook dàt is internationaal uniek. Naast statuten en structuren is de enige inhoudelijke bevoegdheid van het parlement de minimumdoelen die elke school moet realiseren. Die worden trouwens voor sommige vakken voor de helft van de leerlingen niet meer gerealiseerd, zonder enig gevolg.
Als een minister na 20 jaar achteruitgang dan ocharme 2 lesvrije dagen wil afschaffen, klinkt de kreet “vrijheid van onderwijs!” nogal hol. Die vrijheid wordt steeds vaker hysterisch ingeroepen voor alles en iedereen die eindelijk iets wil doén aan ons probleem. Als men elke staatsinterventie afwijst, binnen de al beperkte bevoegdheden, wat wil men dan eigenlijk zélf wél doen? Enkel hetzelfde en hopen op een andere uitkomst? De échte vraag is waarom diezelfde vrijheid van onderwijs niet gebruikt wordt om het probleem op te lossen door zij die de touwtjes in handen hebben en ook continu roepen dat ze die touwtjes hebben. Men kan niet voor alles bevoegd zijn en voor niks verantwoordelijk. Waar is het actieplan begrijpend lezen van het katholiek onderwijs voor bijna 70% van onze kinderen? Het bestaat, ook na 20 jaar achteruitgang, nièt. Meer lesvrije dagen, is dàt het plan? Dient daarvoor de vrijheid van onderwijs? Waarom kan professionalisering niet in de 15 lesvrije weken? Overigens heeft de professionalisering van leraren in die dagen ook niet bepaald gewerkt. In de meest recente peilingstoets wiskunde scoorden leerlingen van leraren die zich professionaliseerden sléchter dan wie die opleidingen niet volgde.
De grondwettelijke vrijheid van onderwijs dient primair niét onderwijsverstrekkers of koepels, maar wel kinderen en hun ouders. Om te kunnen kiezen voor onderwijs waar kinderen zich optimaal ontwikkelen, leren lezen en rekenen, mens worden. Ze is bedoeld voor scholen en leraren, die telkens ik op scholen ga spreken klagen over hùn gebrek aan vrijheid. Door consignes die nièt vanuit het parlement komen. De vrijheid van ouders om enkel te kunnen kiezen voor de eenheidsworst van de achteruitgang is geen vrijheid. De vrijheid van leraren om hetzelfde te moeten doen als 70% van de andere leraren, en daar rapporten over te schrijven in het weekend, is geen vrijheid. Dus ja, misschien moet het debat over de vrijheid van onderwijs wel eens opnieuw gevoerd worden. Met financiering die kinderen volgt in plaats van koepels, en zuurstof geeft voor verandering. Met vrijheid voor leraren.
Dit de originele tekst. Licht geredigeerde versie verscheen in De Standaard, 23 januari 2026

