“Het alarmpeil is bereikt” en “ business as usual is geen optie meer”. Onderwijs- en werkgeversorganisaties maken zich grote zorgen over de toeloop van nieuwe studenten in het hoger onderwijs, zeker in combinatie met de besparingen. “We moeten moeilijke keuzes maken.”
“Het water staat ons al aan de lippen en door de demografische evolutie dreigen we te verzuipen.” Aan het woord is Bernard Vanheusden, rector van de UHasselt en voorzitter van de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR), het overlegorgaan van de Vlaamse universiteiten. “De stretch is er al lang uit. We moeten nu al naar de kleintjes kijken om overal een paar duizend euro te vinden. Neem nu de proclamaties. We hebben veel meer studenten, dus is de receptie duurder. Dan krijg je discussies over hoeveel mensen per student mogen komen. We hebben dat nu beperkt tot de ouders, plus één. Beide partners van ouders in nieuw samengestelde gezinnen kunnen dus niet komen. Het gaat ook over de vraag of we studenten op de welkomstdagen nog een broodje aanbieden. Neen dus. Ook daar hebben we weer 2.000 euro bespaard.”
Het lijken details, en in essentie zijn het dat ook. Maar volgens Vanheusden – en velen met hem in het hoger onderwijs – zijn het symptomen van hoe het vet in het hoger onderwijs al lang van de soep is. In die mate dat de hele basiswerking onder druk komt te staan.
Heel moeilijk
De VLIR berekende twee jaar geleden dat het hoger onderwijs door opeenvolgende besparingen en niet-indexeringen in 2024 liefst 384,4 miljoen euro heeft misgelopen. Tussen 2013 en 2022 daalde het bedrag dat universiteiten per student kunnen uitgeven van 8.315 euro naar 7.777 euro. Onlangs is daar nog een besparing van 46,3 miljoen euro in de basisfinanciering bovenop gekomen. “Het alarmpeil is bereikt”, schreef de Vlaamse Onderwijsraad (VLOR) in 2024 in een advies, nog vóór de laatste besparingsronde dus.
Tegelijkertijd neemt het aantal studenten in het hoger onderwijs fors toe. Volgens prognoses van het departement Onderwijs stijgt het aantal 18- tot 24-jarigen tussen 2023 en 2033 met 13 procent. Jongeren die ook almaar vaker een diploma hoger onderwijs behalen. Begin jaren 2000 had iets meer dan een kwart van de Vlamingen een diploma hoger onderwijs op zak. Vandaag is dat 45 procent. Hogescholen en universiteiten krijgen wel extra budget wanneer er meer studenten zijn, maar dat is afgetopt op 2 procent en komt met vertraging. Het gevolg: het hoger onderwijs moet steeds meer studenten bedienen met minder geld. “ Business as usual is geen optie meer”, zegt werkgeversorganisatie Voka daarover.
Na 2033 daalt het aantal jongvolwassenen opnieuw, “maar vijf tot tien jaar is lang natuurlijk”, zegt Vanheusden. “Mochten we gefinancierd zijn zoals decretaal bepaald dan zou de boodschap kunnen zijn dat we even gestretcht worden, maar dat het wel haalbaar is. Nu wordt het wel heel moeilijk.”
De situatie heeft volgens cognitief psycholoog Wouter Duyck (UGent) grote gevolgen. Hij was twaalf jaar lang voorzitter van de opleidingscommissie psychologie aan de UGent. Vandaag is hij vicevoorzitter van de NVAO, die toeziet op de kwaliteit van de opleidingen in het hoger onderwijs. “Er ontstaat een potentieel kwaliteitsprobleem”, zegt hij. “Met een verschraling van onderwijs- en evaluatievormen. In de psychologie wisten we heel goed dat er studenten waren die intellectueel capabel waren om te slagen in de eerste en tweede bachelor, tot tijdens de stage bleek dat het geen goede psychologen waren. Daarom willen we graag vroeg een stage. Eén prof heeft dat geprobeerd. Ze moest plots een stageplek regelen voor 300 studenten, zelfreflectierapporten lezen, enzovoort. Die dame is bedolven onder het werk om een heel korte luisterstage aan te bieden. Mondelinge examens zijn bij zulke grote groepen al helemaal uit den boze. Multiple choice komt veel vaker voor.”
De toestroom van studenten zet ook grote druk op de infrastructuur. De opleiding psychologie aan de UGent is een van de grootste opleidingen in Vlaanderen, met vorig academiejaar meer dan 1.400 inschrijvingen. De grootste aula heeft 995 stoelen. Zeker in de eerste lessen zitten studenten op de trappen.
Het dwingt hogescholen en universiteiten om na te denken over nieuwe vormen van lesgeven en evalueren. Aan de KU Leuven zegt onderwijseconoom Kristof De Witte dat hij zijn studenten minder ziet dan vroeger. “In plaats van dertien keer twee uur, is dat nu vijf keer twee uur”, zegt hij. “Ze bekijken thuis de theorie en in de les gaan we daar dieper op in. Dat creëert minder druk op de infrastructuur en op de tijd van docenten. Ook afstandsonderwijs en online examineren zijn manieren om met de nieuwe realiteit om te gaan.”
Vraag is hoever het hoger onderwijs daarin kan en wíl gaan. De UGent benadrukt dat het belangrijk is om studenten samen te brengen omdat ze diepgaander leren op de campus, in interactie met elkaar en de proffen. De universiteit noemt het daarom ook jammer dat mondelinge examens vandaag minder kunnen dan vroeger en dat de activerende werkvormen onder druk staan. “Ook de masterproef is een uitdaging”, klinkt het. “Het aanleren van onderzoeksvaardigheden via de masterproef dient sinds de komst van generatieve AI onder veel nauwere begeleiding te gebeuren.”
Onderwijsminister Zuhal Demir (N-VA) zegt de bezorgdheden van het hoger onderwijs te begrijpen, maar wil eerst het “versnipperde studieaanbod” aanpakken. “Er zijn te veel kleine eilandjes, te weinig samenhang”, zegt ze. “Daar moeten we eerst door. Pas daarna heeft het zin om over financiering te praten.” Het debat mag volgens haar ook niet herleid worden tot middelen, maar moet ook gaan over het lage aantal studenten dat zijn diploma haalt binnen de voorziene tijd. Nu is dat amper 28 procent. “De kernvraag is hoe we studenten sneller en gerichter in de voor hen juiste opleiding krijgen en daarna naar een diploma brengen”, zegt ze. Er staan trouwens extra maatregelen op stapel om die ‘eeuwige studenten’ een halt toe te roepen.
Het hoger onderwijs staat open voor die debatten, aldus rector Vanheusden, “maar er zullen toch meer middelen nodig zijn. We zijn een kenniseconomie, we moeten het hebben van onze bachelors en masters die groei en productiviteit creëren. Dat blijkt ook uit het Draghi-rapport (van de Italiaanse oud-premier Mario Draghi met aanbevelingen om het Europese concurrentievermogen op peil te houden, red.) , onderschreven door de Vlaamse regering. Er is echt wel meer ambitie nodig.”
Jens Vancaeneghem
Verschenen in Het Nieuwsblad, 30 maart 2026, PDF

