Drie experts pleiten dat onderwijs zich moet aanpassen – Sommige leerkrachten gebruiken AI lui en onverantwoord

Een klas vol leerlingen die met één druk op de knop een opstel laten schrijven, een leraar die met AI dat opstel weer nakijkt: het onderwijs dreigt in een absurde loop terecht te komen, waarschuwen onderwijsexperts Wouter Duyck, Dirk Van Damme en Pedro De Bruyckere. Het memoriseren van achtergrondkennis moeten we in ere herstellen. Ellen Nagtegals & Joppe Nuyts

Een stelling: leerlingen maken hun huiswerk massaal met AI en denken daarom zelf niet meer na. Waar of niet waar?

Deels waar, knikt Wouter Duyck. Hij is professor cognitieve psychologie aan de UGent en weet als geen ander wat AI doet met de hersenen van kinderen. Uit recent onderzoek blijkt dat dit een flinke impact heeft op hun ontwikkeling. Met AI maken leerlingen hun huiswerk sneller én halen ze hogere cijfers. Maar op examens scoren ze juist aanzienlijk lager dan klasgenoten die geen AI gebruiken. Pas als je AI ondersteunend inzet en zelf blijft nadenken, werkt het positief. Maar in de praktijk gebeurt dat helaas nog te weinig.

Dirk Van Damme, voormalig onderwijsdirecteur bij de OESO, vindt die verleiding niet meer dan menselijk. Het klopt dat leerlingen denkwerk uitbesteden, maar dat doen we historisch gezien al veel langer. Denk aan de rekenmachine of de gps. Toch maak ik me wel zorgen over AI. Dit is denkwerk uitbesteden van een heel andere orde.

Precies daarom moet het onderwijs dringend bepalen wat leerlingen nog wél zelf moeten kunnen en waar technologie mag overnemen, sluit Pedro De Bruyckere (Universiteit Utrecht) aan. Dat geldt voor hoofdrekenen en kaartlezen, maar nu dus ook voor teksten schrijven. Vinden we het essentieel dat ze dat zelfstandig beheersen, of laten we AI dat werk voortaan doen?

Zegt u het zelf eens?

De Bruyckere: Dat is een interessante discussie. Ik vind persoonlijk dat leerlingen zelf nog teksten moeten kunnen produceren, zonder AI. We weten dat dit helpt bij leren begrijpend lezen en leren redeneren. Maar wanneer het gaat over zaken rond programmeren die verder gaan dan de basislogica, is daar minder voor te zeggen.

Uit onze bevraging blijkt ook dat heel wat leerkrachten daarom AI begrenzen of zelfs verbieden. Is dat geen zwaktebod?

De Bruyckere: Dat vind ik wel. Een absoluut verbod werkt wellicht niet, zeker niet als leerkrachten de technologie zelf wél gebruiken. Daardoor kan de vertrouwensrelatie onder druk komen te staan.

Duyck: In lerarenkamers wordt weleens lacherig gedaan over de absurditeit van het huidige systeem: leraren laten AI het huiswerk bedenken, leerlingen maken het met AI, en de leraar gebruikt opnieuw AI om het te verbeteren en feedback te schrijven. Dat is lui en onverantwoord. Leraren moeten eerlijk aangeven welke lesstof, opdrachten of toetsen ze met behulp van AI hebben gemaakt en uitleggen wáárom ze dat doen.

Van Damme: Ik ben ook geen voorstander om deze technologie af te schermen of angstvallig te reguleren. Ik geloof er niet in dat we leerlingen eerst eindeloos moeten trainen in ‘kritisch omgaan met AI’ voordat ze de tool mogen aanraken. Dat is romantisch denken. Je leert het juist al doende, met sturing van de leraar.

Geldt dat voor alle leerlingen? Je zou met een leeftijdsgrens kunnen werken: eerst zelfstandig leren denken, dan pas AI gebruiken.

Van Damme: (denkt diep na) Dat vind ik een moeilijke kwestie, maar ik denk dat ik geen voorstander ben van een leeftijdsgrens. We moeten jonge kinderen toch leren om ermee te werken?

Duyck: Ja, maar wél met begeleiding en niet vanaf dag één. Om AI effectief te benutten, moet je immers eerst sterke basisvaardigheden opbouwen: begrijpend lezen, logisch redeneren en argumenteren. Daarom hou je AI in het basisonderwijs volgens mij beter weg. Pas vanaf het tweede of derde middelbaar moet je het introduceren met begeleiding. Laat hen eerst eens een spreekbeurt zelf maken en die daarna verfijnen met AI. Als je zo’n spreekbeurt meteen door AI laat genereren, sla je het hele leerproces over.

Dat klinkt op papier misschien wel goed, maar de realiteit is toch dat leerlingen thuis al van jongs af aan AI gebruiken? Moeten scholen zich niet simpelweg aanpassen aan die realiteit?

De Bruyckere: Absoluut. Scholen moeten allereerst hun manier van evalueren grondig herdenken. Een klassieke thuisopdracht als ‘schrijf een opstel over onderwerp X’ heeft nog weinig zin. We zullen veel meer moeten inzetten op mondelinge examens en toelichtingen. En laat leerlingen hun AI-gebruik verplicht verantwoorden door in tussenstappen te werken, net als bij wiskunde. Dat is de aangewezen manier om hen kritisch te laten reflecteren.

Redeneren wordt dus belangrijker. Hoe zit het dan met kennis? Moeten leerlingen nog wel zoveel uit het hoofd leren, in tijden waarin alles zo snel op te zoeken valt?

Van Damme: (fel) Absoluut. Een kennisrijk curriculum wordt juist nóg belangrijker. Het memoriseren van achtergrondkennis moeten we in ere herstellen. Leerlingen moeten immers hun eigen cognitieve processen leren sturen. Ze moeten precies weten wanneer ze een taak slim ontlasten via AI, en wanneer ze het risico lopen hun eigen denken volledig uit te besteden.

Iedere school pakt AI nu apart aan. Moet er niet één overkoepelende regelgeving voor alle scholen komen?

De Bruyckere: (stellig) Neen. Een eenduidige aanpak is ten dode opgeschreven. De context verschilt te veel. Neem nu het schrijven van teksten: de noden van een kind in het basisonderwijs dat zijn eerste opstel leert maken, staan mijlenver af van een student die een academische paper schrijft. Er bestaat op dit vlak geen one size fits all.

Duyck: Ik ben het daar volledig mee eens. In ons onderwijssysteem bestaat voor vrijwel niets een one size fits all. Waar de overheid wél centraal op moet inzetten, is de professionalisering van leraren en het hervormen van de lerarenopleidingen. Stuur als beleid op die fundamenten, niet op het micromanagen van de klaspraktijk.

Om af te sluiten: we hebben het vooral gehad over de nadelen van AI, maar er moeten toch ook voordelen zijn aan de disruptie van AI in het onderwijs?

Van Damme: Zeker. Er ligt een gigantisch potentieel in het verlagen van de werklast voor leraren. Maar ook de beoordeling van leerlingen zal een stuk objectiever worden. Eerlijk gezegd heb ik niet zo heel veel vertrouwen in hoe leraren toetsen en examens verbeteren, omdat er snel onbewuste vooroordelen meespelen. AI-gestuurde, automatische scoring kan evaluaties veel billijker en objectiever maken.

De Bruyckere: AI zal patronen kunnen herkennen. Denk aan een leerling die plots vaak te laat komt, van wie de facturen niet worden betaald en van wie de punten achteruitgaan. Vroeger moesten scholen die losse signalen zelf zien te verbinden. AI kan die patronen nu razendsnel signaleren, waardoor moeilijke thuissituaties sneller op de radar komen. Dat kan interessant zijn, maar precies bij zulke toepassingen moeten we erg voorzichtig zijn met privacy, foutieve voorspellingen en de vraag wie uiteindelijk een beslissing neemt.

ELLEN NAGTEGALS & JOPPE NUYTS

Verschenen in Het Laatste Nieuws, 27 augustus 2026, PDF

https://www.hln.be/binnenland/drie-experts-over-de-toekomst-van-ai-in-het-onderwijs-een-klassiek-opstel-schrijven-over-onderwerp-x-heeft-nog-weinig-zin~a584b7fa

Comments are closed.

Post Navigation