“In ons onderwijs leeft nog altijd de mythe dat wie slim is, er wel op eigen kracht komt”

Terwijl de sterkste leerlingen zich vaak in stilte moeten bezighouden, verliest het Vlaamse onderwijs in sneltempo zijn toppers. Waar liep het mis met de sterkste leerlingen, en hoe kan het beter?

Wie zou de 7-jarige Kevin De Bruyne aanraden om zeker niet té veel te trainen, zodat hij niet te ver voorloopt op zijn vriendjes? Of de 14-jarige Nafi Thiam naar het zwembad duwen, omdat er daar nog progressie gemaakt kan worden?

Wie de parallel trekt tussen school en sport, ziet hoe gek onze aanpak van slimme leerlingen is, zegt Tessa Kieboom van Exentra. Als autoriteit in Vlaanderen begeleidde zij de afgelopen twintig jaar al meer dan 20.000 leerlingen met een groter leervermogen dan hun klasgenoten. “Nog steeds kom ik op lezingen leerkrachten tegen die beweren dat ze nog nooit een cognitief sterk kind zijn tegengekomen. Dat kan dus niet.”

Ook Michelle Dewulf, expert hoogbegaafdheid aan de hogeschool PXL, vindt dat we sterke leerlingen meer moeten zien zoals sporters. “Veel atleten benadrukken dat ze nooit zover geraakt zouden zijn zonder veel hulp. Maar in ons onderwijs leeft nog altijd de mythe dat wie slim is, er wel op eigen kracht komt.” Met die sportbril op, gaan we op zoek naar waar het fout is gelopen met de toppers in de klas.

1 Toon ambitie

Hoewel er de voorbije decennia meer aandacht kwam voor zorg en begeleiding, blijkt uit internationaal onderzoek dat de hele klas, en in het bijzonder de slimsten, almaar slechter zijn gaan presteren. Professor cognitieve psychologie Wouter Duyck (UGent) vat het probleem samen in één woord: ambitie. “We vinden een 6 op 10 goed genoeg, leerlingen hoeven geen 9 te halen. Er heerst een mentaliteit van lage verwachtingen, en uitblinken wordt niet meer gewaardeerd.”

Het is ook de eerste verklaring die Katrijn Denies, onderzoeker onderwijseffectiviteit aan de KU Leuven, geeft. “Echt goed zijn, maakt je niet noodzakelijk populair. Het is de beruchte ‘zesjescultuur’: goed genoeg is ook oké.” In internationale bevragingen bungelt Vlaanderen helemaal onderaan qua prestatiemotivatie, zowel bij leerlingen als bij leerkrachten. Op de stelling “Ik wil goede punten op de meeste of alle vakken” antwoorden nergens ter wereld zo weinig leerlingen bevestigend als in Vlaanderen.

2 Detecteer talent

Zo gaat er in Vlaanderen heel wat cognitief potentieel verloren, toont het onderzoek van Karine Verschueren (KU Leuven). Ze benadrukt dat veel talenten niet of te laat gezien worden. Nochtans zou een leerkracht velen van hen wel moeten herkennen, zegt ze. “Het zijn leerlingen met een brede algemene kennis, die snel kunnen denken, sneller leren, beter verbanden leggen en abstract kunnen denken.”

Dat talent zit trouwens lang niet alleen in de traditionele humaniorarichtingen, zegt Ignace Ryheul uit het Brugse Sint-Jozef Humaniora. “We vereenzelvigen excellentie vaak met de universiteit, maar ook in de arbeidsmarktfinaliteit (het vroegere bso, red.) kan en moet geëxcelleerd worden. Ook daar zitten leerlingen die meer aankunnen dan de leerstof, maar hun scholen zijn minder geneigd hen op te merken. Ze hebben hun handen vol met andere problemen.”

Signaleren begint al in de kleuterklas, benadrukt Kieboom. “Maar daar blijkt het heel moeilijk om het thema op tafel te krijgen. ‘Weer een die denkt dat ze een wonder op de wereld heeft gezet’, is vaak de reactie. Vaak is de boodschap: we zullen het wel bekijken. Maar dat begint op elk echelon opnieuw. Ouders worden daar heel moe van.”

3 Daag élke leerling uit

“We hebben ons onderwijs sinds de jaren 90 georganiseerd rond remediëring”, zegt Dewulf. “De focus lag op gelijke onderwijskansen. In de praktijk betekende dat vooral voorkomen dat kwetsbare leerlingen uitvallen.” Die focus op zorg was volgens Dewulf broodnodig, maar heeft er tegelijk toe geleid dat er weinig ruimte overbleef om een volwaardige aanpak voor sterke leerlingen uit te werken.

Dat is niet bewust gebeurd, gelooft Tim Surma van het expertisecentrum Onderwijs en Leren van de Thomas More-hogeschool. “Het aantal kinderen dat individuele hulp nodig heeft, is in vijf jaar verdubbeld. De brede tendens is om de leerlingen met de urgentste nood te helpen. De sterke kinderen zouden er sowieso wel komen.” Surma neemt de leerkrachten weinig kwalijk. “Kies je voor de leerling die de tafels nog niet kent, en die absoluut nodig heeft om verder te kunnen? Of voor de kleine die alle planeten van voor naar achter kent? Een leraar heeft ook maar beperkte tijd.”

De moeilijkheid ligt dus in kansen creëren voor élke groep. “De kangoeroeklas is een van de positiefste manieren om dat te doen”, denkt Kieboom. Daarbij worden sterke leerlingen een paar uur per week uit de klas gehaald. “Al is het steeds de vraag of dat op een professionele manier gebeurt, of bezigheidstherapie is.” Met kangoeroeklassen is het zoals met termen als ‘een warme school’: “Het staat vooral sexy op de website.”

4 Zet sterke coaches in

Even naar het zesde middelbaar, in de klas met acht uur wiskunde. “Het is de laatste jaren echt opvallend dat de cognitief sterkste leerlingen pas daar op hun grenzen botsen”, zegt leraar Bieke Van Deyck uit KS Diest. “Pas dan ervaren ze dat ze niet meer hoog scoren door hun cursus gewoon vluchtig te bekijken in plaats van echt oefeningen te maken.” En dus ziet ze haar taak veranderen. “In het zesde moeten ze nog leren studeren, en ben ik veel bezig met leren leren.”

Lang dacht ze dat er nu meer sterke leerlingen zijn dan vroeger. “Maar dat is natuurlijk niet het geval. Ze ervaren nu gewoon vaker problemen.” Sterke leerkrachten zijn voor haar een must. “De lat wordt lager gelegd, waardoor nog meer cognitief sterke leerlingen te lang op hun lauweren kunnen rusten en te weinig uitgedaagd en geprikkeld worden. Dat is zonde voor onze toppresteerders.”

Behalve sterke leerkrachten zijn er ook specifiek getrainde leerkrachten nodig, zegt Kieboom. “Vaak zijn het leerkrachten met een groot hart voor die kinderen die zich er zelf in willen verdiepen. Maar veel hangt af van de organisatorische omkadering, het zorgteam en de directie.”

Ook een recent standpunt van de Koninklijke Academie van België waarschuwde dat de ondersteuning van sterke leerlingen te vaak afhangt van individuele leerkrachten of tijdelijke initiatieven. “Daardoor blijft er een kloof bestaan tussen potentieel en realisatie, met allerlei mogelijke negatieve neveneffecten, zoals psychologische en/of fysieke klachten, onderpresteren, demotivatie, spijbelen en schooluitval.”

5 Voorzie in sterke opleidingen

“Ik heb momenteel drie interims nodig, maar er is niemand te vinden die enige kennis heeft rond cognitief sterke leerlingen.” Rebekka Buyse, directeur van De Klimtoren in Jabbeke, smeekt het hoger onderwijs om meer aandacht voor cognitief sterke leerlingen op school. “Het gebrek aan kennis is een gemiste kans voor de lerarenopleidingen”, zegt ze. “Daardoor moeten we als school weer zelf investeren. Door onze immens drukke agenda, met alle nieuwe minimumdoelen, is dat geen evidente keuze.”

Michelle Dewulf, die ook departementshoofd is aan PXL, erkent dat de lerarenopleidingen nog grote stappen kunnen zetten. Al merkt ze dat er de afgelopen twee jaar wel hernieuwde aandacht is voor het onderwerp. “Veel leerkrachten, maar ook personeel uit andere hogescholen, schrijven zich bijvoorbeeld in voor het postgraduaat hoogbegaafdheid.”

Volgens Tim Surma moet de discussie ook breder gevoerd worden. “Als het over kwaliteit gaat, wijzen lerarenopleidingen vaak naar de minder sterke instroom. Dat klopt deels, maar het gaat ook over vakinhoud. Er zijn opleidingen basisonderwijs die daar de voorbije decennia veel minder aandacht aan schonken. Maar wat voor leerkrachten breng je het werkveld in als je steeds minder inzet op wiskunde, Frans, geschiedenis en wetenschappen?”

6 Kies kwalitatief materiaal

Het is een klassieke frustratie bij veel ouders: invulboeken en digitale methodes dagen leerlingen vaak te weinig uit. Ze moeten woordjes aanvullen, kolommen verbinden of onzinnige oefeningen maken. Dat merkt ook Van Deyck in haar eigen klas. “Vroeger moest je tien kenmerken van de spin kunnen opsommen. Nu moet je drie bolletjes zetten bij eigenschappen van de spin. Kinderen moeten niet actief kennen, maar herkennen. Dat vraagt een andere vaardigheid, maar cognitief sterke leerlingen onthouden die informatie vaak al uit de les zonder ervoor te studeren. Het stimuleert hen niet om meer moeite te doen.”

Die evolutie hangt onlosmakelijk samen met het curriculum. Opnieuw naar de wiskundeles. “Het theoretisch begrip, het abstract denken, het diepe begrijpen zoals in wiskundige bewijzen is grotendeels en zeer bewust uit het onderwijs verdwenen”, stelt Marc Denecker, professor logica aan de KU Leuven, vast. “Dat was ongetwijfeld met de bedoeling om wiskunde ook voor zwakkere leerlingen ‘begrijpbaar’ te maken. Het zijn mooie intenties, maar met perverse effecten. Zeker voor de slimsten van de klas.”

Volgens Surma is de bocht daar ingezet, onder meer met de nieuwe minimumdoelen. “Vorig jaar hebben we gekeken welke wetenschapsthema’s in het internationale onderzoek Timss hier aan bod komen. In Vlaanderen werd minder dan de helft behandeld dan in andere landen. Met de nieuwe minimumdoelen maken we een inhaalbeweging.”

7 Investeer (ook) in topsportinfrastructuur

Vorig jaar dook premier Bart De Wever (N-VA) bij de start van het schooljaar niet in Vlaanderen op, maar bij onze noorderburen. Hij gaf er een speech aan de Mandeville Academy, een Nederlandse school waar zeer begaafde kinderen tussen 16 en 20 een aangepaste opleiding krijgen. De premier zamelde eerder zo’n 22.000 euro in om het inschrijvingsgeld van een Belgisch meisje, Dina, voor de academie te betalen. “Zonde dat België nog geen school aanbiedt die in de behoeften van hoogbegaafde leerlingen voorziet”, zei de directeur na afloop.

Dat is ook een doorn in het oog van Kim Kiekens van Spring-Stof. Al 1.000 sterke leerlingen die naar een gewone school gaan, kwamen daar tijdens de reguliere lestijd lessenreeksen volgen. “Vlaanderen investeert veel geld in topsportscholen. Maar we hebben naast een topsportschool ook nood aan een toptalentschool”, zegt ze.

Wetenschappelijk onderzoek is verdeeld over het groeperen van de sterkste leerlingen in aparte klassen. “Ook het reguliere onderwijs is het aan zichzelf verplicht om op zoek te blijven gaan naar leerkansen”, merkt Ryheul op. Maar voor een kleine groep leerlingen lijkt een apart traject haast de enige oplossing, denkt ook Dewulf. “Met een IQ van 145 kun je je voorstellen dat er begeleiding nodig is die op school niet kan. Die jongeren bloeien vaak ook open als ze samen met hun peers zijn.”

Vaststaat dat de doelgroep niet over één kam kan worden geschoren. Verschillende jongeren botsen met het klassieke onderwijssysteem, hebben extra zorg nodig of zoeken zelf hun weg via de examencommissie. Ouders zitten ondertussen niet stil en gaan vaak op zoek naar extra uitdaging. Kapitaalkrachtigen vinden zo de weg naar – vaak dure – tests, begeleiding of externe plusklassen. Vaak loopt het kostenplaatje op tot enkele duizenden euro’s per jaar om hun kind te helpen of gemotiveerd te houden.

De slimste

van de klas

Waar zijn de slimste leerlingen gebleven? Terwijl we aandacht hebben voor wie de lat niet haalt, daalt het aantal toppresteerders in ons onderwijs. Krijgen de sterkste leerlingen genoeg kansen, of blijven ze op hun honger zitten? In de reeks ‘De slimste van de klas’ onderzoekt De Standaard waarom de top smaller wordt en wat scholen daaraan kunnen doen.

Klaas Maenhout

Verschenen in De Standaard, 29 augustus, 2026, PDF

https://www.standaard.be/binnenland/waar-is-het-fout-gelopen-met-de-slimme-kinderen-de-mythe-leeft-nog-altijd-dat-wie-slim-is-er-wel-op-eigen-kracht-komt/160517001.html

Comments are closed.

Post Navigation