31 augustus 2026 17:11
Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir vraagt bij het begin van een schooljaar vol hervormingen ‘geduld en vertrouwen’ van de leerkrachten. Meer kennis, minder vrijblijvendheid: weinigen betwisten het nut ervan, maar vaak is nog onduidelijk hoe dat precies realiteit moet worden. ‘Het zal een jaar lang zoeken zijn.’
De essentie
- Op 1 september zijn in het kleuteronderwijs en in de lagere school nieuwe minimumdoelen van kracht, waarin meer focus op kennis ligt.
- Tegelijk wordt via de Vlaamse toetsen duidelijker welke scholen goed draaien en welke niet, en komt er een hervorming van de lerarenopleiding aan.
- De grootste werf die nog moet worden aangevat is een hervorming van het lerarenstatuut zelf, zodat een wendbaarder hr-beleid mogelijk wordt.
Streng zijn is een vorm van liefde. Met die woorden omschrijft bevoegd minister Zuhal Demir (N-VA) de nieuwe wind die dit schooljaar krachtiger dan ooit door het Vlaams onderwijs moet waaien. Er waren al stappen in die richting gezet, met onder meer een smartphoneverbod en meer aandacht voor talenkennis, maar nu wordt in de kleuterklassen en de lagere scholen de verandering echt helemaal voelbaar.
Vanaf dinsdag worden de nieuwe minimumdoelen van kracht. Kinderen zullen straks minstens 15 letters moeten kennen als ze de kleuterklas verlaten. Vijfjarigen moeten dit schooljaar weten dat ze in België wonen, een plaatselijke rivier kennen en van de Egyptische stroom de Nijl hebben gehoord.
Ik sta volledig achter de nieuwe minimumdoelen. Maar ik stoor me aan het feit dat de implementatie zo snel moet.
Kort samengevat komt de bocht neer op meer kennis en minder vrijblijvendheid. Meer zelf noteren en minder invulboeken. Meer orde en structuur en minder laptops. Demir spreekt van de grootste revolutie in dertig jaar, verwijzend naar het moment waarop eind jaren 90 de huidige eindtermen werden ingevoerd en de focus op kennis werd losgelaten.
De reden voor de hervorming zal volgende week nog eens pijnlijk duidelijk worden, wanneer de OESO, de denktank van de rijke landen, met haar vergelijkende PISA-studie uitpakt over de kwaliteit van het onderwijs. Niemand verwacht een goed rapport voor de Vlaamse scholen.
‘Niet omdat er geen maatregelen zijn genomen’, zegt Koen Pelleriaux, de topman van het gemeenschapsonderwijs (GO!), maar ‘omdat de maatregelen die zijn genomen nog geen effect hebben op de klasvloer’. ‘Nu al een spectaculair resultaat verwachten is onmogelijk’, zegt ook Bruno Vanobbergen, die het Katholiek Onderwijs Vlaanderen leidt.
Wat nodig is om het tij te keren, maakte Demir vorig jaar nog eens duidelijk tijdens een werkbezoek aan een Engelse school, in het Londense district Hammersmith and Fulham. Leerlingen van negen jaar gaven er vlotjes uitleg over de moord op Julius Caesar, waarbij ze de rol van de Romeinse senaat konden duiden en wisten welke rol Brutus en Cassius speelden in het moordcomplot.
De Londense school was niet toevallig gekozen. Ze bleek een performante kansenmachine: als de leerlingen ‘s avonds weer thuis waren, spraken ze met hun ouders in totaal 86 verschillende talen. Maar bij de centrale toetsen voor 16-jarigen scoorde de school bij de 1 procent beste onderwijsinstellingen van het Verenigd Koninkrijk.
Nervositeit
Dat ook Vlaanderen die kant op moet, lijkt op een stevige consensus te berusten. Alleen leven er zorgen dat het wel heel snel gaat. ‘Ik sta volledig achter de nieuwe minimumdoelen’, zegt Wim Vande Ryse, directeur lager onderwijs van het Sint-Andreaslyceum in Sint-Kruis bij Brugge. ‘Maar ik stoor me aan het feit dat de implementatie zo snel moet.’ ‘Het zal een jaar lang zoeken zijn’, denkt hij.Dat Demir pedagogische studiedagen schrapt – zodat er meer lestijd in de klas vrijkomt – helpt niet om de nervositeit weg te nemen.
Dat komt omdat de nieuwe leerplannen voor het kleuteronderwijs en de lagere school nog niet op punt staan en ook de uitgeverijen van pedagogische boeken nog niet mee zijn. ‘Het zal voor een deel van de leerkrachten veel tijd vergen en die krijgen ze dit schooljaar minder’, zegt Vande Ryse. Dat Demir ook schrapt in het aantal pedagogische studiedagen – zodat er meer lestijd in de klas vrijkomt – helpt niet om de nervositeit weg te nemen.
Vooral de kleuteronderwijzers zullen de impact voelen, denkt Vande Ryse. ‘Ze moeten volledig anders gaan werken. Niet meer alleen in hoeken met een klein groepje van de kleuters, maar alle kleuters elke dag in een kring instructies geven en kennis proberen over te dragen. Dat is voor zo’n juf of meester een hele omschakeling. Ze zijn daar niet voor opgeleid en moeten hun manier van werken helemaal herdenken.’Het lerarentekort gaat om anderhalf procent van het totale aantal leerkrachten. Bedrijven slagen er doorgaans in zoiets te managen. Het toont nog eens hoe het onderwijs inert reageert op dit soort problemen.
Boven op de nieuwe leerdoelen zijn er de taalheldenklassen. Dat zijn afzonderlijke klasgroepen met intens taalonderwijs voor nieuwkomers of voor wie nog geen jaar Vlaams onderwijs volgde. Ook hier betwist niemand het nut ervan, maar is het nog zoeken naar een manier van werken.
De taalheldenklassen zijn ‘vrij snel op ons bord gegooid’, zegt Vande Ryse. ‘We weten nog altijd niet goed welke leerling op welke uren recht heeft en hoeveel middelen we daarvoor precies gaan krijgen.’
In meer stedelijke scholen, waar veel kinderen thuis geen Nederlands spreken, leeft bovendien een bijkomende bezorgdheid: dat de taalheldenklassen te klein zullen zijn om de taalachterstand bij alle kinderen weg te werken.
Vlaamse toetsen
Een ander onderdeel van de onderwijshervormingen is al wat verder opgeschoten: de Vlaamse toetsen, waarin de overheid kan monitoren welke scholen het goed doen en welke niet. Omdat de toetsen nu al enkele jaren meegaan, worden de feedbackrapporten die ze opleveren van almaar hogere kwaliteit, merkt onderwijsexpert Wouter Duyck op.
‘We kunnen stilaan cohortes van leerlingen volgen’, zegt Duyck. ‘We krijgen daarom beter zicht op hoe scholen presteren. De grote vraag wordt nu welke conclusies daaraan zullen worden verbonden.’
Volgens Pelleriaux zijn de Vlaamse toetsen dankbaarder om mee te werken dan het algemene beeld dat de PISA-studies opleveren. ‘Je moet in het veld gaan kijken, in die scholen waar het niet goed gaat.’ Vaak ligt het pijnpunt volgens hem bij onvolledige teams, minder goed opgeleide leerkrachten, een minder sterke directie of een gebrek aan gedeelde visie.
Het leidt naar een andere hardnekkige uitdaging voor de Vlaamse scholen: het lerarentekort. Al lijkt het dit jaar iets beter mee te vallen dan de voorbije jaren, suggereren data van de Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten. Ook informele WhatsApp-polls bij leerkrachten suggereren dat het probleem net iets minder groot is dan vroeger.
Volgens Duyck is het lerarentekort sowieso fel overdreven als oorzaak van de dalende onderwijskwaliteit in Vlaanderen. ‘Het gaat om 1,5 procent van het totale aantal leerkrachten. Bedrijven slagen er doorgaans in zoiets te managen. Het toont nog eens hoe onderwijs een organisatie is zonder wendbaar hr-beleid, dat inert reageert op dit soort problemen.’
Update lerarenopleiding
Het is de bedoeling aan dat hr-beleid iets te doen. Demir ambieert later dit jaar een deal te sluiten met de onderwijsvakbonden over een nieuw statuut voor de leerkrachten. Vlak voor de zomervakantie startte ze wel al een verwante werf: de hervorming van de lerarenopleiding. De ervaring uit Engeland leert ons dat we over tien à twaalf jaar resultaten gaan zien.
Ook van wie les wil geven in een kleuter- of lagere school wordt meer basiskennis verwacht. Er komt een bindende taaltoets Nederlands. Wie wil lesgeven in het lager onderwijs, kan niet aan de stages beginnen als hij of zij niet eerst slaagt in een basistest wiskunde en Frans. Maar vooral krijgt het curriculum zelf een langverwachte update.
De vernieuwde opleiding start in oktober 2027. Eerst moet ze nog in detail worden uitgewerkt en moet ze beoordeeld worden door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie, waarvan Duyck vicevoorzitter is. ‘Het is een cruciale hervorming,’ zegt hij, ‘net omdat de leerkracht cruciaal is.’
En zo komt met nieuwe leerdoelen, extra taallessen, evaluaties van scholen zelf en hervormingen voor de leerkrachten de grote onderwijshervorming in Vlaanderen stilaan echt op stoom. ‘De ervaring uit Engeland leert ons dat we over tien à twaalf jaar resultaten gaan zien’, zegt Demir. En dus is er volgens haar ‘geduld en vertrouwen’ nodig: ‘Mensen beseffen niet genoeg dat als het onderwijs achteruitgaat, de samenleving dat ook doet.’
Verschenen in De Tijd, 1 september 2026, PDF

