De PISA-cijfers zinderen na . Dat drie op de vier 15-jarigen in het bso zelfs niet de basislat halen, doet alle alarmbellen afgaan. ‘Als toekomstige loodgieters, schilders en bakkers straks niet kunnen lezen, wordt dat een drama.’
‘V orige week stond een van onze beste schilders in mijn bureau’, zucht directeur Ludo Viaene van het VTI-Oostende. ‘Goeie jongen, stipt, gouden handen. Maar een simpele tekst te lezen? Dat gaat zijn petje te boven. Hetzelfde met een samenvatting of kerninformatie uit een paar alinea’s halen. Zonde, want hoe gaat hij straks met zijn klanten communiceren?’ Schrikken deed Viaene gisteren niet, toen de nieuwste PISA-resultaten Vlaanderen de zoveelste dreun gaven. Naast de vaststelling dat we alweer dieper wegzakken voor lezen en wiskunde, gaan meer leerlingen volledig de mist in bij de meest eenvoudige opdrachten. Het Programme for International Student Assessment (PISA) vergelijkt elke drie jaar de kennis en de vaardigheden van 15-jarigen in bijna 100 landen. In Vlaanderen namen zo’n 4.000 scholieren deel aan het onderzoek. Vooral de scores voor leesvaardigheid waren een koude douche. Bijna een op de drie 15-jarigen haalt daar het basisniveau niet. Dat betekent dat ze bijvoorbeeld de kerngedachte niet uit een e-mail kunnen halen, niet in staat zijn hoofd- en bijzaken van elkaar te scheiden of geen specifieke informatie kunnen terugvinden in een nota. Voor wiskunde en wetenschappen haalde respectievelijk 25 en 22 procent de basislat niet.
Functioneel analfabetisme
Nog dramatischer wordt het als je naar het beroepsonderwijs (bso) kijkt. Liefst drie op de vier leerlingen halen het basisniveau niet voor wiskunde en lezen. Zowel in het bso als in het voormalige technisch onderwijs (tso) stijgt dat aandeel. ‘Functioneel analfabetisme’, noemt onderwijsexpert Wouter Duyck het. ‘Als toekomstige loodgieters, schilders en bakkers straks niet kunnen lezen, wordt dat een drama.’ Hoe is het zo ver kunnen komen? Het is een complex gegeven van tientallen redenen, die vaak op elkaar inwerken. Van invulboeken, de ‘zesjescultuur’ en de kwaliteit van de lerarenopleiding tot het gebrek aan klasmanagement, zware covidjaren en het lerarentekort. Dat wordt deels in de PISA-resultaten bevestigd. Leerlingen uit een socio-economisch minder bevoorrechte situatie, leerlingen die een andere thuistaal spreken en leerlingen met een migratieachtergrond scoren voor alle domeinen gemiddeld lager. Al verklaart dat niet waarom dat in Vlaanderen tot een grotere prestatiekloof leidt dan gemiddeld in de Europese Unie. Het PISA-rapport verwijst ook expliciet naar het gebruik van schermen. In OESO-landen hangt matig gebruik van digitale apparaten voor studiedoeleinden samen met betere prestaties, terwijl het overmatige gebruik ervan en de digitale afleiding leiden tot zwakkere resultaten.
‘Simpelweg meer uren taal’
Hoe kan het onderwijs die groep leerlingen weer meekrijgen? ‘Als ze niet meer kunnen lezen, moet je simpelweg meer taal geven, ook in het bso’, zegt Viaene. Hij benadrukt dat het zeker niet alleen gaat om leerlingen met migratieroots. Ook de autochtone leerlingen kunnen zich ‘amper nog door één A4’tje ploeteren’. Ook abstracte woorden of tussenwoorden zoals ‘daarom’, ‘want’ of ‘hoewel’ zorgen voor verwarring bij de leerlingen. Op maandag-, dinsdag- en donderdagavond moeten de leerlingen op de school van Viaene een uur langer blijven en wordt geoefend op het Nederlands. Dat doet de school via eigen uren die ze vrij kunnen inzetten en via de ‘taalheldklasjes’, waar scholen van minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) extra middelen voor krijgen. Dat is volgens Duyck positief, maar onvoldoende. ‘De koepels weten al veel langer dat het slecht gaat met het bso, maar waar blijft hun reddingsplan? Nochtans is dat geen rocketscience: besteed meer uren aan lezen en test die kennis. Ze willen zo veel mogelijk autonomie, maar neem dan ook je verantwoordelijkheid.’ Ook Kristof De Witte, onderwijseconoom aan de KU Leuven, riep eerder op tot een actieplan voor 15-jarigen in het bso.
Peilingtoetsen
Bij de onderwijsverstrekkers maken ze zich sterk meer in te zetten op het Nederlands in de bso. Zo kwam Katholiek Onderwijs Vlaanderen in 2023 met een apart traject om de taalvaardigheid van de leerlingen in de tweede en de derde graad op te krikken, een initiatief dat ‘deel uitmaakt van een overkoepelend plan voor het bso’. Het gemeenschapsonderwijs (GO!) adviseert om in de eerste graad van het beroepsonderwijs extra uren te geven ‘om de achterstand die een leerling opliep in het basisonderwijs weg te werken’. Het Provinciaal Onderwijs Vlaanderen, dat traditioneel veel bso- en tso-scholen heeft, lanceert alvast een concreet idee. Het vraagt Demir de Vlaamse toetsen voor Nederlands en wiskunde uit te breiden naar de tweede graad van het secundair onderwijs. ‘Op die manier beschikken we ook daar over betrouwbare data om leerprestaties op te volgen en hun onderwijs gericht bij te sturen’, zegt voorzitter Luk Lemmens. ‘Zonder een ommekeer zien we een deel van die groep straks jammer genoeg terug in andere statistieken – zoals die van schooluitval of de werkloosheid’, zegt De Witte. ‘En dan hebben we het nog niet over andere problemen, zoals het democratisch deficit of simpelweg de tools in handen hebben om een welvarend leven te kunnen leiden.’
Sarah Lamote en Olaf Verhaeghe
Verschenen in De Tijd, 9 september 2026

