Slechte PISA-resultaten | Experts over de lage scores – Een vijftienjarige van vandaag kan wat een kind van 13,5 kon in 2003

De PISA-scores van Vlaamse vijftienjarigen zakken nu al voor de zevende keer op rij. Hoe komt dat? En valt het tij te keren? Tijd voor een diepgaand gesprek met onderwijsexperts Kristof De Witte en Wouter Duyck. Als een leraar een 9/10 niet nodig vindt, vinden kinderen dat ook niet. Ingrid De Vos

Hoe groot is de leerachterstand van onze 15-jarigen precies?

Onderwijseconoom Kristof De Witte (KU Leuven): Sinds 2022 rekent PISA dat leerlingen rond hun vijftien jaar gemiddeld ongeveer 20 PISA-punten per jaar vooruitgaan in wiskunde, lezen en wetenschappen. In oudere PISA-analyses werd vaak 30 tot 40 punten gebruikt. Welke maatstaf je ook neemt, het beeld is bijzonder zwaar: het Vlaamse verlies in wiskunde sinds 2003 komt overeen met ongeveer twee tot ruim tweeënhalf jaar aan typische leerwinst. Voor lezen bedraagt het verlies sinds 2006 eveneens ruim twee jaar aan leerwinst.

Cognitief psycholoog Wouter Duyck (UGent): Ik ben aanhanger van de conservatieve schatting van 40 punten leerwinst per jaar. We gaan al even achteruit. Voor lezen gaan we nu tegenover drie jaar geleden nog eens 16 punten achteruit: dat staat voor vier tot vijf maanden leervertraging. Ik vind dit een drama. Met een achteruitgang van 64 punten voor wiskunde over dik twintig jaar kan je stellen dat een vijftienjarige van vandaag kan wat een kind van 13,5 kon in 2003. Er is sindsdien niets veranderd in de hersenen van onze kinderen, ze zijn niet per definitie dommer geworden. Het effect van het vroeger gevoerde onderwijsbeleid is gigantisch. Kinderen die toen een jaar bleven zitten, waren de probleemleerlingen. Vandaag is de gemiddelde leerling een zittenblijver. Dat is heftig.

Hoeveel wiskundeknobbels en taaltoppers speelden we kwijt?

De Witte: Omgerekend naar de ruim 71.000 vijftienjarigen die Vlaanderen telt, betekent het nieuwe PISA-rapport dat we vandaag 2.300 wiskundeknobbels en 2.000 leestoppers minder tellen dan bij de vorige meting in 2022. Vergelijken we dat met twintig jaar geleden, dan zijn de cijfers pas echt verontrustend: in één enkele lichting vijftienjarigen ontbreken vandaag bijna 16.000 wiskundewonders en ruim 8.500 leestalenten ten opzichte van 2003.

Duyck: Dat is gigantisch. Die leerlingen hadden arts of ingenieur kunnen worden, als ze over een hogere lat waren getild. Dat is een bedreiging voor onze welvaart, net nu de industrie smeekt om hersenen.

Verbaast het jullie dat jongens zo slecht scoren voor lezen? Eén op drie haalt de absolute basis niet.

De Witte: Jongens gaan bij lezen veel sterker achteruit, terwijl ze bij wiskunde net beter scoren dan meisjes. Dat suggereert dat het probleem niet louter cognitief is, maar mogelijk ook te maken heeft met motivatie en schoolbetrokkenheid. Dat sluit aan bij een bredere Vlaamse realiteit: jongens doen het ook veel slechter op het vlak van vroegtijdig schoolverlaten. De vraag is dus niet alleen hoe we jongens beter leren lezen, maar ook hoe we hen opnieuw sterker bij school en leren betrekken.

Duyck: Dat zoveel jongens die minimumnorm niet meer halen, verbaast me wel. Dit kan je niet los zien van de sterke vervrouwelijking van het onderwijs. Er zijn bijna geen mannelijke leraren meer in onze basisscholen. Zo is ook de aanpak vervrouwelijkt, met meer oog voor zorg en begeleiding bij leerstoornissen. Jongens voelen zich daardoor minder thuis en presteren zwakker. Bovendien hebben vrouwelijke leerkrachten het moeilijker om in te zetten op orde, discipline en gedrag. Terwijl er vaker een gebrek aan respect voor hen is, bracht migratie ook culturen mee die minder vrouwvriendelijk zijn. Jongens misdroegen zich vroeger ook. Toen werd veel meer naar straf gegrepen. Dat is voor mij een van de oplossingen. Kijk naar scholen die in Engeland fantastische resultaten neerzetten met kansarme jongeren.

Waarom krijgen we onze beste leerlingen niet beter gemotiveerd?

Duyck: Ik hamer al een tijdje op de zesjescultuur. Kinderen hoeven niet langer negen op tien te halen: uit ander vergelijkend onderzoek weten we dat in Vlaanderen maar één procent van de leraren benadrukt dat uitblinken superbelangrijk is. Internationaal doet twaalf procent van de leerkrachten dat. Onderwijs verteert de migratiegolf moeilijk. Slechts de helft van de schoolkinderen spreekt thuis altijd Nederlands. Leerkrachten hebben hun handen vol met taal en leerstoornissen. Dat gaat ten koste van de sterke leerlingen, die onvoldoende uitgedaagd worden. Wiskundebollebozen worden niet meer voorbereid op de wiskundeolympiade.

De Witte: Om toptalent echt uit te dagen, heb je leerkrachten nodig die hun vak door en door kennen. Zij moeten meer kunnen dan enkel de basis uitleggen. Ze moeten verdieping en abstractie bieden. Het lerarentekort zorgde voor lesuitval, continue personeelswissels en leerkrachten die lesgeven buiten hun eigen vakgebied. Dat eist juist bij de sterkste leerlingen een zware tol. Ook wanneer leerplannen en klaspraktijken sterke leerlingen onvoldoende uitdagen met verdieping, abstractie en kennisrijke leerstof, kan dat hun verdere groei afremmen. Ons onderwijssysteem investeert terecht veel middelen in leerlingen die de basisgrens niet halen. Maar wanneer differentiatie in de klas vooral dient om bij te spijkeren (remediëren) en niet om sterke leerlingen te laten versnellen of verdiepen, krijgt toptalent minder kansen om zich volwaardig te ontplooien.

Uit PISA blijkt ook dat Vlaamse jongeren minder nieuwsgierig, gemotiveerd en ondersteund door hun gezin zijn dan hun leeftijdsgenoten elders.

Duyck: Zeker nieuwsgierigheid en motivatie lijden onder de zesjescultuur. Als een leraar een negen niet nodig vindt, vinden kinderen dat ook niet. Ouders leggen er ook niet altijd nadruk op. Heel wat problemen horen bij ouderlijke verantwoordelijkheid. Denk maar aan spijbelen en inzet op aanwezigheid.

De Witte: De school kan veel, maar niet alles. Ouders bepalen mee hoeveel er thuis gelezen wordt, welke verwachtingen er bestaan rond school en hoe kinderen omgaan met moeite en tegenslag.

Hoe kan de tanker eindelijk gekeerd worden?

Duyck: Dit is een slechte PISA-peiling, maar dat zegt niets over het beleid van minister van Onderwijs Zuhal Demir of haar voorganger. Minister Ben Weyts introduceerde de Vlaamse toetsen, Demir zet expliciet in op het bijspijkeren van Nederlands voor kinderen. Vanaf de kleuterklas wordt meer ingezet op kennis. Maar pas over negen jaar zullen de kleuters die vandaag al over de Nijl leren, als vijftienjarigen deelnemen aan het PISA-onderzoek. Daarom is het zo lang wachten op de effecten van de hervormingen, die immers niet voor alle leerjaren tegelijk worden uitgerold.

De Witte: Er moet op twee sporen worden ingezet. Voor jonge kinderen moeten we de basis structureel versterken via bijvoorbeeld kennisrijke curricula en effectieve didactiek. Maar voor de huidige leerlingen kunnen we niet wachten. PISA 2025 toont dat een grote groep nu al onder het basisniveau zit. Daar is intensieve remediëring nodig. Dat is niet alleen sociaal wenselijk, maar ook economisch rationeel met het oog op hun hoger onderwijs en de overgang naar de arbeidsmarkt.

INGRID DE VOS

Verschenen in HLN 9 september 2026

Comments are closed.

Post Navigation