Hoger onderwijs – Gaat nu ook het niveau van onze studenten achteruit?

Het niveau van scholieren gaat al jaren achteruit. En dat merken universiteitsprofessoren dan weer aan de eerstejaars die hun aula’s binnenstromen. ‘Moby Dick of Ernest Hemingway? Veel studenten in mijn les hebben geen benul.’

“Je ziet dat studenten vandaag meer moeite hebben met complexere woordenschat en een gestructureerde argumentatie op papier zetten lijkt al helemaal te veel gevraagd”, zegt filosofieprofessor Raf Geenens (KU Leuven). “Zeker bij schriftelijke examens is het dramatisch. Heel vaak zoeken we in een woordensoep naar een redenering die je met een grote portie goede wil juist kunt rekenen.”

Geenens geeft al vijftien jaar les en zag het niveau bij startende studenten de laatste jaren achteruitgaan. Dat hoeft niet te verrassen: de PISA-resultaten tonen hoe de basisvaardigheden van scholieren al langer naar beneden duiken. Die scholieren komen vroeg of laat ook in de universiteitsaula terecht.

“Ik gaf vandaag mijn eerste les logica aan de eerstejaarsstudenten”, zegt wiskundeprofessor Ann Dooms (VUB). “Dan zie je sommige studenten echt compleet uit de lucht vallen. Een simpele bewijstechniek moet je in het begin helemaal opnieuw aanleren.”

Dooms merkt het dalende niveau niet alleen in de wiskundige kennis, maar ook in de taalvaardigheid. “Wiskundige redeneringen zijn ook talig, met constructies als ‘Veronderstel dat dit niet waar is, dan…’ Dan merk je dat de negatie van een uitspraak heel wat moeite kost bij sommige studenten.”

Dalend taalniveau is een klacht die bij veel docenten terugkeert. Studenten hebben een armere woordenschat, kunnen minder makkelijk complexe teksten verwerken, maken meer basistaalfouten en hebben soms moeite met het opbouwen van een schriftelijke redenering.

‘weerleggen’

“Ik merk tijdens examens dat termen die ik als heel normaal beschouw, niet meer ingeburgerd zijn”, zegt rechtenprofessor Patricia Popelier (UAntwerpen). “Zo stond het woord ‘weerleggen’ in een examenvraag. De ene na de andere hand ging omhoog. Bij anderen kon ik uit de antwoorden afleiden dat zij de term evenmin begrepen. Maar woordenschat evolueert ook: andere termen kennen zij dan weer beter.”

Maar ook hun voorkennis gaat er volgens docenten op achteruit. “Vroeger kenden studenten Moby Dick of Ernest Hemingway nog wel, zelfs al hadden ze die niet gelezen”, zegt professor literatuurgeschiedenis Pieter Vermeulen (KU Leuven). “Vandaag hebben veel studenten in mijn les geen flauw benul. Je zoekt dan andere aanknopingspunten, zoals een recent verfilmd boek.”

“Basiselementen uit het middelbaar onderwijs hebben studenten soms niet meer onder de knie”, zegt professor toxicologie Jan Tytgat (KU Leuven). “Denk aan hoe een molecule is opgebouwd. Dat werd er vroeger ingedrild, maar is vandaag vaak een probleem.”

Het niveau van de instroom lijkt dus te dalen, maar leggen universiteiten de lat daarom lager? Veel professoren met wie De Morgen sprak, zeggen resoluut van niet. Met remediëring en extra ondersteuning proberen ze het niveau zelf op te krikken.

“Er zijn heel weinig betrouwbare data om dat te onderzoeken”, zegt professor cognitieve psychologie Wouter Duyck (UGent). “We merken wel dat studenten steeds langer over hun studies doen. Dat kan erop wijzen dat de lat nog even hoog ligt, maar dat meer studenten er moeite mee hebben. Ik denk ook echt dat er weinig professoren zijn die doelbewust het niveau laten zakken.”

sluipend gevaar

Maar zelfs als ze dat niet bewust doen, bestaat het sluipende gevaar dat examens onbewust makkelijker worden. Docenten beoordelen de moeilijkheid van vragen vaak mede op basis van slaagpercentages en vergelijken die met eerdere vragen of examens. Als het niveau van de studenten erop achteruitgaat, wordt het steeds moeilijker om te beoordelen of een vraag simpelweg te moeilijk was of dat het aan de student ligt.

Onderzoek van onderwijseconoom Kristof De Witte (KU Leuven) uit 2025 concludeerde wel dat professoren de laatste tien jaar gemakkelijker met punten strooien dan voorheen. Het gaat niet om gigantische verschuivingen, maar gemiddeld krijgen studenten er 0,075 punten op een maximum van 20 per jaar bij.

“Er is sprake van een soort ‘punteninflatie'”, zegt De Witte. “We zien over de jaren heen dat de groep sterk presterende leerlingen op 15-jarige leeftijd kleiner wordt, terwijl er ook meer studenten in het hoger onderwijs starten dan vroeger. De bijkomende student die naar het hoger onderwijs trekt, is daardoor over de jaren heen gemiddeld zwakker geworden.”

Vooral zij krijgen vandaag sneller een voldoende voor een antwoord dat in 2015 niet volstond. “Voor hen zijn we dus milder geworden”, zegt De Witte.

Hoe kunnen docenten zich tegen die punteninflatie wapenen? “Je moet bewust nadenken over welke doelen je voor je vak stelt en daaraan vasthouden”, zegt hij.

Bovendien gaat het niet alleen om kennis en vaardigheden, maar soms ook om een beetje goede wil. “Als het over taal gaat, merk ik bij veel studenten een groot ‘I don’t care’-gehalte”, zegt professor arbeidseconomie Stijn Baert (UGent). “We mogen het algemene niveau niet verwarren met taal en etiquette.”

“We merken dat de algemene basisvaardigheden van volwassenen erop achteruitgaan, behalve bij wie hoger onderwijs genoot”, zegt Duyck. “We slagen er dus nog steeds in onze studenten bij te spijkeren en kwalitatieve diploma’s af te leveren.”

SIMON TIBO

Verschenen in De Morgen, 24 september 2026

https://www.demorgen.be/nieuws/zeker-bij-schriftelijke-examens-is-het-dramatisch-professoren-over-het-al-dan-niet-dalende-niveau-van-studenten~b6583b28/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F

Comments are closed.

Post Navigation