Onderwijs in het Turks kan zelfs het bereikte niveau van Nederlands verhogen

Siegfried Bracke verzette zich in een opiniestuk in deze krant tegen het Gentse plan om andere talen dan het Nederlands toe te laten op de Vlaamse speelplaats. Hij voegt eraan toe dat “Vlaanderen grossiert in geleerden die feitelijk op wetenschappelijke basis achterstelling organiseren”. Die aantijging vraagt om een correctie. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat onderwijs in de moedertaal wel degelijk positieve effecten kan hebben.

Het is belangrijk eerst een onderscheid te maken tussen de thuistaal, de spreektaal op school (de leerlingen), en de instructietaal (de leerkracht). Het Gentse plan gaat enkel over de spreektaal, terwijl Bracke in zijn argumentatie deze drie door elkaar haalt.

Wat betreft de thuistaal heeft Bracke een punt. Kinderen met een migratieachtergrond die thuis Nederlands spreken, doen het inderdaad veel beter op school (bijna een vol schooljaar voorsprong!) dan dezelfde groep die thuis geen Nederlands spreekt. In Gent betekent dit dat meer dan een derde van de leerlingen de schoolloopbaan met een aanzienlijke achterstand aanvat. Ouders dragen hier een grote, en te weinig benadrukte, verantwoordelijkheid.

De overheid kan en moet deze kinderen in bescherming nemen door ze verplicht en voltijds Nederlandstalig kleuteronderwijs op te leggen. De leeftijd waarop men een taal verwerft, is in onderzoek steeds de beste voorspeller van het niveau dat men uiteindelijk bereikt. Hopelijk maakt een volgende regering eindelijk werk van een vervroeging van de leerplicht.

Frustratie
Het debat in Gent gaat hier echter niet over, maar over de spreektaal op de speelplaats. Onderzoek heeft hier niet veel over te vertellen. Dit is immers niet de plek waar taalachterstand ontstaat, of geremedieerd wordt. De hevige reacties overstijgen in grote mate het cognitieve belang van zo’n maatregel. Ze zijn eerder een uiting van frustratie omtrent een falend integratiebeleid dat op de school geprojecteerd wordt.

De maatschappelijke veeltaligheid is een feit. Het verkrampt najagen van een eentalige school is een ontkenning van die realiteit. De school als illusie van de perfecte samenleving die eentalig moet zijn, kinderen worden er niet beter van. Op de Gentse speelplaatsen mag best wat Turks klinken. Kinderen die zich beter voelen op school, leren ook beter. In New York kijkt men niet op van een woordje Spaans, op school, in de subway, op restaurant. Veertig jaar geleden al volgden Mexicaanse immigranten in Californië Spaans onderwijs.

Dat brengt ons bij de instructietaal. Hier is wél veel wetenschappelijk onderzoek over. Doen anderstaligen het beter op school als ze in de moedertaal les krijgen? Bracke noemt dit een waangedachte. Robert Slavin, een niet-Vlaamse geleerde, verzamelde in 2005 in het toptijdschrift Review of Educational Research alle onderzoeksgegeven ter zake. Zeventien gepubliceerde studies voldeden aan de strengste kwaliteitscriteria (controleklassen, enzovoort). Twaalf toonden positieve effecten van moedertaalonderwijs, vijf vonden geen effect.

Dus ja, onderwijs in het Turks kan zelfs het bereikte niveau van Nederlands verhogen, ook al lijkt dat tegenintuïtief. Het voordeel om onderwijs te volgen in een taal die men beter beheerst, overstijgt het verlies aan Nederlandstalige input in de klas. Het voordeel is niet immens groot, maar wel in de goede richting. Ook voor tegendraadse bevindingen heeft de wetenschap haar rechten.

Laat ons sluimerende maatschappelijke onvrede over gebrekkige integratie aanpakken, en niet projecteren op de speelplaats. Onderwijs moet vooral de kansen voor de cognitieve ontwikkeling van migranten optimaliseren. Dit zal op lange termijn hun integratie veel meer ten goede komen dan taalpolitie op school.

(verschenen in De Morgen, 12 april 2014, pdf)

 

Leave a Reply

Post Navigation