De nieuwe lerarenopleiding: meer basiskennis voor studenten, meer ervaring voor docenten

De opleidingen voor leraars worden stevig vertimmerd. Er komt een bindende taaltest en meer focus op vakkennis en didactiek. Voor de docenten wordt praktijkervaring een vereiste. “Deze werf is cruciaal om de onderwijskwaliteit te verhogen.”

Na jaren van stilstand en terug­kerende kritiek keurt de Vlaamse regering een grondige hervorming van de opleidingen goed. Vlaams minister van Onderwijs Zuhal ­Demir (N-VA) spreekt over een “’cruciale stap om de kwaliteit van ons onderwijs opnieuw op te krikken”. Het doel is helder: sterkere leerkrachten voor de klas krijgen. “Zij moeten onze kinderen en jongeren elke dag goed onderwijzen”, aldus Demir. “Daarom begint alles bij een degelijke opleiding.”

Wie doceert in de lerarenopleiding, moet ervaring in het kleuter-, lager of secundair onderwijs hebben als hij praktijkvakken wil geven. “Wie leerkrachten opleidt, moet de klaspraktijk kennen”, zegt Demir. Wie nog geen expertise heeft, moet die via werkstages opbouwen. Het kabinet denkt aan zes maanden ervaring in vier jaar tijd.

Maar ook voor wie de opleiding volgt, verandert er heel wat. Vandaag leggen studenten eerst een starttoets Nederlands af. Als die niet goed is, wordt hun niveau bijgespijkerd. Die starttoets wordt vervangen door een bindende taaltoets Nederlands. Wie op het einde van het eerste jaar niet slaagt, mag niet aan de stages beginnen. Voor studenten lager onderwijs komt er ook een bindende toets die de basiskennis wiskunde en Frans test.

Ook inhoudelijk wordt er geschaafd aan de lerarenopleiding. “Die moet meer inzetten op vakinhoud, vakdidactiek en pedagogische vaardigheden”, vindt Demir. De komende maanden wordt de opbouw met de opleidingen doorgesproken, zegt de minister.

De nood aan een koerswijziging is groot, benadrukt Wouter Duyck, voorzitter van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). Die liet, op vraag van de minister, een nota opstellen met minimale doelstellingen voor de opleidingen. “Onze leraren werken harder dan hun Europese collega’s, en toch hebben we de slechtste lezers in het basisonderwijs. Via een hervorming moeten inefficiënties weggewerkt worden.” De focus op vakdidactiek, inhoudelijke kennis, taal en klasmanagement, noemt hij “back to basics”.

Dat opleidingen daardoor verrast zouden zijn, kan Duyck niet vatten. “Directeurs klagen steen en been over stagiairs of net afgestudeerde leerkrachten die basisvaardigheden missen”, zegt hij.

Zwartepiet

Johan De Wilde van de vereniging van lerarenopleiders (Velov) vindt het bijzonder kwalijk dat de opleiding de zwartepiet toegeschoven krijgt. “Iedereen is voor een degelijke opleiding. Maar dat het plots daaraan zou liggen dat de onderwijskwaliteit achteruitgaat?” Dat de politiek met een bindende toets een stok achter de deur wil, begrijpt hij. “Maar het is te gemakkelijk om op de ondergrens te focussen. De grote groep die er net boven zit, verdient minstens even hard onze aandacht.”

Dat er werkervaring vereist wordt, vindt hij dan weer “eng”. “Vandaag leeft het idee dat praktijkgerichte profielen de enige goede profielen zijn. Terwijl net de diversiteit van profielen welkom is.” Zijn grootste zorg is dat de nieuwe curricula strikter volgens de interpretatie van de overheid moet zijn. “Ik hoop dat we als professionals nog mee mogen nadenken over wat goed onderwijs is?”

Volgens Duyck is er van een staatscurriculum helemaal geen sprake. De overheid gaat met die minimumdoelen wel verder dan in andere opleidingen, zoals architectuur of rechten. “De leraren­opleiding is een speciaal geval, want de overheid is de directe werkgever van wie uit de lerarenopleiding komt. Het is toch logisch dat ze dan iets mag vinden van de competenties van de 210.000 personeelsleden die ze betaalt?”

Klaas Maenhout

Verschenen in De Standaard, 7 maart 2026, PDF

https://www.standaard.be/binnenland/lerarenopleiding-wordt-grondig-hertekend-meer-basiskennis-voor-studenten-meer-praktijkervaring-voor-docenten/139673676.html

Comments are closed.

Post Navigation