Wiskundehuiswerk drijft heel wat ouders en grootouders tot wanhoop. Ze twijfelen aan de gebruikte methodes en zien hun (klein)kinderen afknappen op de ‘wiskundige trucjes’. “Ik begon te twijfelen of mijn kind cognitief wel sterk genoeg was.”
“En hoe werkt dat nu juist?!” De afgelopen jaren zat Cathy Cardon uit Wilrijk al vaak met de handen in het haar toen ze zich over het huiswerk van haar zoon Han (9) boog. “In het wiskundeboek duiken vaak methodes op, zoals de sokjesmethode of andere technieken, waarvan we de logica echt niet kunnen ontwarren”, vertelt ze. “Uiteraard zegt Han: ‘We leren het zo en we moeten het zo doen.’ Dus onderdrukken we ons eigen redeneervermogen en nemen we de uitlegmap erbij. Dat is toch een beetje absurd in het tweede, derde of vierde leerjaar?”
De kritiek van wiskunde-experts Filip Moons en Ann Dooms op veelgebruikte wiskundemethodes en trucjes om te rekenen met sokken, worsten, breinaalden, wippen en halters, is voor veel ouders een geruststelling. De Standaard kreeg tientallen reacties op het artikel. “Ik dacht echt dat we de enigen waren die zich afvroegen waarom dit zo aangeleerd werd”, gaat Cardon verder. “Onze zoon heeft een groot redeneervermogen en ziet vaak snel de uitkomst. Alleen loopt hij vast op de omwegen: hij maakt foutjes in het uitschrijven van de stappen.”
Ook Ilse Vanmaldegem brak zich het hoofd over een ‘vijvermethode’ die haar zoon (8) leerde toepassen. “Hij heeft ADHD en ik dacht echt dat hij het niet kon. Hij maakte altijd fouten en wij moesten zelf zoeken hoe de methode in elkaar zat. Dat heeft tot heel wat frustraties geleid. Ik begon echt te twijfelen of mijn kind cognitief wel sterk genoeg was. Nu ze oefeningen zonder tussenstappen maken, gaat het ineens veel vlotter.”
Cognitief psycholoog Wouter Duyck (UGent) vindt dat haast vanzelfsprekend. “Wie meer tussenstappen gebruikt, heeft veel meer cijfers nodig. En dan raakt de werkgeheugencapaciteit van kinderen overschreden”, zegt hij.
Geen steek
“36 : 9 = 36 – 9 – 9 – 9 – 9 = 0, dus 36 : 9 = 4”. Bij het zien van die opgave nam Dieter, die een zoon heeft in het derde leerjaar, contact op met de school. “Door het gekoppelde gelijkheidsteken staat er letterlijk 36 : 9 = 0. Het feit dat de wiskundige notatie – net ontwikkeld om eenduidig te zijn – niet wordt gevolgd, is problematisch. De oefening houdt geen steek en is zowel voor ouders als leerlingen niet te begrijpen”, zegt hij.
Ook in een ander voorbeeld wijst hij op dit foute gebruik. “De invuloefening 470 + 170 wordt 470 + 100 = 570 + 50 = 620 + 20 = 640. Dat zou eigenlijk willen zeggen dat 470 + 100 = 640. Dat is foutief en leidt tot verwarring”, benadrukt hij. En hij is lang niet de enige. “Ik krijg de kriebels van het onjuist gebruik van het gelijkheidsteken”, stuurt een gepensioneerde leerkracht.
Heel wat ouders begrijpen niet dat er schijnbaar minder op inzicht gewerkt wordt, en heel hard op het volgen van een stappenplan. “Mijn dochter heeft altijd juiste uitkomsten, maar doet de tussenstappen verkeerd”, stuurt Annelies van Zutphen. “Voor haar zijn die totaal onlogisch.” Een vader stuurt dan weer dat zijn kind altijd “onnodig moet splitsen, ook al kunnen kinderen het zonder”. “Het is niet alleen tijdrovend en saai. Ze verliezen zo ook hun interesse.”
Slordigheden
Suzy Mertens begeleidde dit weekend nog haar kleinkinderen bij vraagstukken. “Mijn dochter en schoonzoon krijgen het op hun heupen van hoe wiskunde wordt aangebracht. En ook ik erger me nu blauw”, zegt ze. “We hebben ons nadien lachend afgevraagd: zijn we nu echt oud geworden of was het vroeger echt wel beter?”
Haar oudste kleinkind bouwt bij vraagstukken een eigen redenering op in plaats van de ‘worstmethode’ toe te passen, zegt Mertens. “Ze begrijpt waarover het gaat, maar maakt de tussenstap niet. De juf heeft een punt afgetrokken, terwijl de oplossing en de redenering klopten.” Ze kan er niet bij. “Ik maak me echt zorgen. Volgend jaar gaat ze naar het middelbaar, maar het redeneren en het inzicht ontbreken. Dat de juffen dat ondersteunen, is mijn grootste ergernis.”
Bij heel wat grootouders lijkt de kloof nog dieper. “Ik durf vandaag mijn kleinkinderen niet meer te helpen, omdat ik zogenaamd contradictorische info zou doorgeven over de lessen”, zegt Etienne Bertens. “Het is bijzonder frustrerend om niet te kunnen of mogen helpen.” En ook Ludo Vandewal heeft “na een lange onderwijscarrière in het basisonderwijs” afgehaakt, hij helpt zijn kleinkinderen niet langer met huiswerk. “Dit soort rekenkundige trucjes zijn daar mee de oorzaak van”, stuurt hij.
Maar de frustraties gaan veel verder. Er wordt gefoeterd op de fouten in digitale hulpmiddelen, slordigheden in handboeken en versnipperde kennis in cursussen. Ze gaan over leerkrachten die halsstarrig vasthouden aan methodes en die volgens ouders soms zelf te weinig wiskundige bagage hebben.
Die veelheid aan factoren is voor Hannah Bohez, met een neurodiverse zoon, de belangrijkste reden om niet alles af te wijzen. “Vaak is het probleem niet de methode, maar de toepassing ervan door de leraar”, zegt ze. “Ikzelf ben opgegroeid in een veel stardrer schoolsysteem. Ik ben blij dat er nu een leerkracht en een zorgjuf zijn die niet zo rigide in standaarden vastzitten.”
Klaas Maenhout
Verschenen in De Standaard, 5 februari 2026, PDF

