Etiket dyslexie is vaak onterecht

Veel commotie deze week in Nederland en bij ons over dyslexie. Te veel kinderen krijgen onterecht deze diagnose, zo stellen experts. Gooi de leesmethode op school radicaal om, zeggen sommigen. Anderen willen nog vroeger ingrijpen. ‘Kleuters kunnen al risicosymptomen vertonen.’

Was het nu tak of kat? Ernstige problemen met lezen en schrijven, ook al ben je intelligent: dat is waar dyslexie om draait. Volgens internationale cijfers heeft 5 procent van de bevolking ermee te kampen. Dat is ook het Vlaamse ‘richtcijfer’. Maar in sommige scholen loopt het aantal kinderen met een dyslexie-attest op tot 20 procent. “Onterecht. Ik vraag me zelfs af of dyslexie wel bestaat.” Anna Bosman, hoogleraar aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, bond deze week de kat de bel aan. Dat artsen zo gretig met het etiket strooien, heeft volgens haar veel te maken met het onderwijs zelf. “We vergeten te checken of dat wel goed is”, stelde ze in het Algemeen Dagblad.

Taaldocent Erik Moonen (UHasselt) treedt haar bij. “Elke diagnose van dyslexie is er een te veel. Zo leg je het probleem bij het kind: ‘Je zal nooit een goede lezer worden. Maar je bent niet dom.’ Vooral dat laatste is belangrijk, daardoor kopen mensen het label graag. Terwijl ze slachtoffer zijn van een onderwijssysteem dat niet effectief is.”

Moonen, auteur van Dwaalspoor dyslexie, vindt dat leerkrachten de redenering moeten omdraaien. “Verloopt het leren lezen stroef, dan vragen ze zich af: ‘Wat scheelt er toch met dat kind?’ Een gepastere vraag zou zijn: wat is er aan de hand met onze methode?”

Elke dag dictee

Stamp de spelling er gewoon in, meent Anna Bosman. Elke dag een dictee. “Maar zolang je warrige instructies krijgt, kun je oefenen tot je een ons weegt, het zal niet helpen”, stelt Moonen.

Daarom ontwikkelde hij de Alfabetcode. Die maakt komaf met de klassieke manier van leren lezen. “Kinderen leren eerst klanken te onderscheiden en ze daarna te schrijven. Zo sluit je aan op wat ze al kenden: klanken. Dat ze op die manier ook leren lezen, krijg je er gratis bij.”

Het onderwijs kan beter, erkent expert dyslexie Pol Ghesquière (KU Leuven). Maar vooral: de aanpak kan vroeger. “Zelfs in de derde kleuterklas al. Want kleuters vertonen al risicosymptomen.”

Neem nu deze vraag. ‘Wat is het langste woord: een reus of een kaboutervrouwtje?’ Een kleuter van vijf die ‘reus’ antwoordt, heeft het moeilijker om zich op de klankstructuur van woorden te richten en laat zich foppen door hun betekenis. “Vaak hebben zij het ook lastiger met rijmpjes en lettergrepen. Je krijgt het er maar niet in dat ‘boe-ken-tas’ uit drie delen bestaat, want die van hen heeft maar twee vakjes. Ook individuele klanken onderscheiden, zoals in ‘k-a-t’, is moeilijk.”

Onlangs startte Ghesquière met een experiment bij Leuvense risicokleuters, in de hoop sommigen een betere leesstart te geven. “Maar er zal altijd een groep blijven met problemen. Je gomt dit niet zomaar uit.”

Klopt, zegt cognitief psycholoog WouterDuyck (UGent). “Ook al groeit het kind op in de beste omgeving, doet het zijn best, bij sommigen baat het niet.” Alleen al de genetische aanleg bewijst dat niet enkel het onderwijs meespeelt, zegt hij. Want heeft je moeder of vader dyslexie, dan heb je er zelf 30 tot 50 procent meer kans op. Dat de diagnoses de pan uitswingen, zeker. Duyck: “Laat ons zeggen dat één kind per klas dyslexie kan hebben. Maar geen vier, zoals nu soms het geval is.”

Het gevaar van zo’n etiket is dat anderen denken te weten wat het kind kan, zegt Ghesquière nog. “Dat werkt allesbehalve stimulerend. Terwijl sommigen het wel ver schoppen. Zo had ik hier een doctoraatsstudent, met dyslexie én twee universitaire diploma’s. Maar geautomatiseerd schrijven lukte nog altijd niet.”

ELINE DELRUE ■

(verschenen in De Morgen, 11 februari 2017, pdf)

Share on Facebook0Tweet about this on TwitterEmail this to someoneBuffer this pageShare on LinkedIn0Share on Google+0Print this page

Comments are closed.

Post Navigation