Factchecker studierendement (Knack)

Duizenden jongeren met hun kersverse diploma secundair onderwijs op zak, staan voor een keuze die hun leven in een plooi kan leggen. ‘Op een leeftijd waarop ze het minst van al zichzelf zijn, in een periode van opspelende hormonen en experimenteergedrag’ , zei Danielle Krekels onlangs in De Standaard. ‘Het gevolg? Bijna zes op de tien studenten slagen niet in hun eerste jaar, als gevolg van een foute studiekeuze’, aldus de directrice van CoreTalents, een centrum voor loopbaanbegeleiding. ‘Dat kost zo veel geld, pijn en verlies aan zelfvertrouwen.’

‘Achterliggende oorzaak nummer één is een gebrek aan zelfkennis’, zegt Krekels aan de telefoon. Om dat te vermijden, kunnen jongeren bij CoreTalents terecht voor een analyse van hun ‘kerntalenten’ die vertrekt vanuit hun kindertijd, hun favoriete speelgoed en interesses.

Of dat helpt, laten we hier in het midden. De vraag is: slagen ‘bijna zes op de tien studenten’ niet in hun eerste jaar, zoals Krekels zei?

Ja, met een ‘maar’. Sinds de bachelor-masterstructuur werd ingevoerd in het academiejaar 2004-2005 en het hoger onderwijs ‘flexibiliseerde’, hoeven studenten niet meer voor een heel jaarprogramma

te slagen vooraleer ze naar het volgende kunnen overgaan. Studenten nemen naar eigen inzicht vakken op die een aantal studiepunten vertegenwoordigen. Als ze die met succes hebben afgelegd, kunnen ze al verder, ook al hebben ze nog niet álle vakken afgelegd uit het standaard modeltraject van hun eerste bachelor.

‘Sinds 2004-2005 spreken we niet meer over “slagen in het eerste jaar”’, zegt Hilde Crevits (CD&V), de minister van Onderwijs. ‘Studiesucces drukken we uit in studierendement.’ Dat is het aantal ‘verworven’ studiepunten, afgezet tegen het aantal dat je hebt opgenomen.

‘Van de generatiestudenten – studenten die zich voor het eerst inschrijven in een bacheloropleiding – behaalt 30 procent alle opgenomen studiepunten’, zegt de minister. Drie op de tien studenten slagen in hun eerste jaar dus voor al hun vakken. ‘Bij uitbreiding laten bijna vijf op de tien (48 procent) studenten een studierendement optekenen van meer dan 80 procent. Een groot vak telt algauw zes studiepunten, dus dat komt ongeveer neer op maximaal twee onvoldoendes.’ Dat blijkt uit de recentste cijfers over het academiejaar 2015-2016, van het Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen (AHOVOKS). ‘Je kunt zeker niet zeggen dat zes op de tien studenten falen’, concludeert Crevits. ‘De helft van de studenten doet het vrij behoorlijk.’

Een rapport van professor Ignace Glorieux (VUB) uit 2015 leert dat vrouwen een hoger studierendement hebben dan mannen. In de professionele bachelors ligt het ook hoger dan in de academische. ‘Dat komt onder meer door het watervalsysteem’, zegt Glorieux.

‘Velen proberen eerst de universiteit en zakken af als dat niet lukt.’

Als hulpmiddel om meteen de juiste studiekeuze te maken, kunnen scholieren in hun laatste jaar secundair de oriënteringsproef Luci (KU Leuven), Simon (UGent) of het neutrale Columbus afleggen. ‘Dat sluit een mismatch niet uit, maar het verkleint toch de kans daarop’, zegt psycholoog Wouter Duyck (UGent), die Simon en Columbus mee heeft ontwikkeld.

CONCLUSIE

Hoewel ‘slagen in het eerste jaar’ al jarenlang achterhaald jargon is om het studiesucces uit te drukken van studenten in hun eerste jaar hoger onderwijs, is ‘bijna zes op de tien’ een verdedigbaar aantal.

Omdat volgens de recentste cijfers zeven op de tien generatiestudenten geen ‘studierendement van 100 procent’ kunnen voorleggen, beoordeelt Knack de stelling als grotendeels waar.

www.onderwijskiezer.be

Door Jan Jagers & illustratie Fred

Verschenen in Knack, 9 augustus 2017, PDF

Comments are closed.

Post Navigation