Politici, het zijn net mensen

Van De Standaard redacteur 

Brussel‘Wanneer de feiten veranderen, verander ik van mening. En u?’ Het is een beroemd citaat van de Britse econoom John Maynard Keynes, waaruit vooral blijkt dat Keynes geen politicus is.

Onderzoek van een groep politicologen aan de Deense Universiteit van Aarhus dat is verschenen in de ­British Journal of Political Science toont dat politici namelijk niet snel geneigd zijn om hun mening bij te stellen als ze geconfronteerd worden met objectieve feiten die hen tegenspreken.

Ook in het licht van feiten die hen tegenspreken, blijven politici overtuigd van het eigen gelijk. ‘Twijfelen, dat is iets voor studiediensten.’

Zo moesten 954 Deense gemeenteraadsleden in een bevraging onder meer kiezen tussen twee soorten ziekenhuizen. De ene scoorde daarbij duidelijk beter dan de andere op diverse punten. Maar zodra een centrum werd omgetoverd tot een privébedrijf en het andere tot een overheidsinstelling, lieten politici zich in hun evaluatie sneller leiden door hun ideologische houding tegenover het privé-initiatief dan door de feitelijke prestaties van de betrokken organisaties.

Niemand geeft graag toe dat hij fout zat. En bij politici staat behalve het ego ook de politieke geloof­-waardigheid op het spel

Politici beoordeelden de informatie die ze kregen op dat moment niet zozeer op basis van haar feitelijke correctheid, maar op haar politieke wenselijkheid of dus politieke correctheid. Het is de eerste keer dat die dynamiek onder politici via een grotere bevraging onderzocht wordt.

De auteurs zijn onder de indruk. ‘Politici zouden gevoeliger moeten zijn voor feiten dan gewone burgers, gezien hun verantwoordelijkheden en de mogelijke impact van beslissingen die worden genomen op basis van de verkeerde interpretatie van informatie.’ Als de feiten zelf ter discussie komen te staan, oordelen de auteurs, dan is er ‘een democratisch probleem’.

Dansende moslims

Psychologen zijn minder verbaasd. De studie toont dat politici vooral mensen zijn – en dat Keynes destijds de kracht van feiten overschatte.

‘Dit is geen verrassing,’ reageert cognitief psycholoog Wouter Duyck, (UGent) op het Deense onderzoek, ‘maar een klassieke toepassing van confirmation bias (de neiging van mensen om meer waarde te hechten aan informatie die de eigen ideeën bevestigt, red.) Uit leesexperimenten weten we bijvoorbeeld ook dat mensen 30 procent langer lezen aan teksten waarmee ze het eens zijn.’

Ook politici houden niet van cognitieve dissonantie, ofwel het onaangename gevoel dat ontstaat wanneer we iets lezen of horen dat niet strookt met onze inzichten, intuïties en morele (voor)oordelen. Niemand die graag en snel toegeeft dat hij eerder fout zat.

En bij politici staat behalve het eigen ego ook nog eens de politieke geloofwaardigheid op het spel. ‘Politici hebben graag een standvastig imago’, oordeelt politicoloog Carl ­Devos (UGent), ‘twijfelen is voor studiediensten en kabinetten, niet voor ministers.’

Het leidt ertoe dat politici het zelfs moeilijk kunnen toegeven wanneer ze ronduit onwaarheden vertellen. Een veelbesproken voorbeeld is de uitspraak van federaal vicepremier Jan Jambon (N-VA) dat een significant aantal moslims aan het dansen was na de aanslagen van 22 maart. Daar bleek geen bewijs voor, maar Jambon bleef op zijn strepen staan.

Hij kreeg steun van al wie vond dat de minister terecht een maatschappelijke problematiek onder de aandacht bracht. Ook voor de medestanders van Jambon primeerde de politieke boodschap op de feitelijke correctheid. Het is een fenomeen dat vooral op sociale media elke politieke discussie omtovert tot een stellingenoorlog.

Zwaaien met artikels

Zijn politici dan echt ongevoelig voor feiten? Devos nuanceert, alleen is er volgens hem erg veel nodig om hun ‘politiek paradigma’ te doen schuiven. Een schoolvoorbeeld is hoe de federale regering-Michel een begroting in evenwicht heeft gelost, zelfs al was dat bij het begin van de legislatuur een heilig principe. Toen de oppositie destijds in het halfrond stond te zwaaien met artikels waarin econoom Paul De Grauwe waarschuwde om de economie niet kapot te besparen, maakte het geen indruk. ‘Maar vandaag hoor je iedereen binnen de regering zeggen dat ze de groei niet kapot willen besparen,’ analyseert Devos.

Heeft De Grauwe school gemaakt? ‘Nee, en er is ook niet een bepaald feit dat de inzichten heeft doen kantelen. Maar politieke berekening en veel pragmatisme leerde dat het moment gekomen was om de bocht te maken.’

Voortschrijdend inzicht, heet dat. Of hoe zelfs de koppigste politicus ooit door de feiten wordt ingehaald. Maar de kans dat u pakweg John Crombez (SP.A) of Gwendolyn Rutten (Open VLD) op Twitter met een simpele factcheck aan het wankelen krijgt, is klein.

Verschenen in De Standaard, 5 september 2017

Share on Facebook0Tweet about this on TwitterEmail this to someoneBuffer this pageShare on LinkedIn0Share on Google+0Print this page

Comments are closed.

Post Navigation