Neem ik mijn laptop mee naar de les, of niet?

Is het nog van deze tijd om met een pen en notitieboek naar de aula te trekken? Misschien niet, maar je kan er als student wel je voordeel mee doen.

‘Schrijven? Met pen en papier? Dat kunnen wij niet meer, wij tikken altijd.’ Enkele studenten communicatiemanagement van de Hogeschool PXL in Hasselt reageerden lichtjes verbolgen toen hen vriendelijk werd verzocht hun laptop voortaan thuis te laten. Niet voor alle lessen, maar voor de ex cathedra lessen van twee docenten. Het is bedoeld als een experiment, dat loopt tot de herfstvakantie.

‘We willen graag weten of studenten beter opletten als ze ouderwets met pen en papier noteren’, zegt Hervé Van de Weyer, opleidingshoofd van de afdeling communicatiemanagement. ‘Nu zien we vaak dat Facebook en Youtube openstaan, of dat ze berichten naar elkaar sturen. Bovendien vermoeden we dat de kwaliteit van de notities omhooggaat.’ De docenten zijn alvast opgetogen na de eerste lesdagen: ze hebben niet meer het gevoel dat ze tegen een muur staan te praten, er is meer aandacht en interactie. Maar heb je daar als student nu ook iets aan? Wel, ja dus, blijkt uit enkele onderzoeken van de voorbije jaren.

Het ligt niet aan de laptop

Dat je concentratie eronder lijdt als je chat of surft, is geen nieuws. Hoe hard we onszelf collectief ook wijs­maken dat we het wel kunnen, de mens is niet gemaakt om te multitasken. Een studie van het gereputeerde Massachussetts Institute of Technology (MIT) wees uit dat ongelimiteerd gebruik van computers en tablets in het klaslokaal de resultaten van studenten licht doet dalen. Maar er lijkt meer aan de hand. De MIT-studie keek ook naar door de docent gemonitord gebruik van de tablet (bijvoorbeeld om een cursus te bekijken of iets op te zoeken, en met de tablet plat op tafel), wat evengoed een negatief effect had als de laptops. Een ander Amerikaans onderzoek bij 5.600 studenten besloot dat de laptopgebruikers gemiddeld een halve graad (dus een 15/20 in plaats van een 16/20) lager scoren. Vooral mannelijke en al niet te best presterende studenten doen er beter aan niet met de laptop te werken – omdat ze sneller afgeleid zijn.

Als ook internetloze laptops mindere resultaten opleveren, is technologie met al dat licht en die straling dan toch slecht voor onze hersenen, zoals beschavingspessimisten graag beweren? ‘Nee, het ligt niet aan de technologie’, zegt Wouter Duyck, cognitief psycholoog aan de UGent. ‘Op pure feitenkennis scoren laptopgebruikers even hoog als de ouderwetse student. Wel presteren ze minder goed bij inzichtsvragen. Mensen kunnen sneller tikken dan schrijven. Een student die typt tijdens de les, kan alles noteren wat er gezegd wordt. Als je met een pen noteert, moet je nadenken wat je opschrijft. Je moet hoofd- en bijzaak van elkaar scheiden. Je verwerkt de leerstof dus al tijdens de les veel diepgaander, en daardoor onthoud je ze ook beter en heb je meer inzicht.’

Dat het niet aan de laptop ligt, blijkt uit de resultaten van de controlegroep die weliswaar een laptop mocht gebruiken, maar niet blind mocht tikken; ze mochten maar een paar vingers gebruiken. ‘Als je maar zo snel kan tikken als je zou schrijven, moet je ook al tikkend door een verwerkingsproces en onthoud je evenveel als wanneer je pen en papier gebruikt’, zegt Duyck. Hij denkt er niet aan om de laptop, waarmee toch al de helft van de studenten opdaagt, te verbieden in zijn lessen. ‘Maar ik vertel wel altijd over dat onderzoek. Misschien moeten we studenten eerst en vooral leren hoe ze goede notities kunnen maken, in plaats van op die technologie te focussen.’

Smombies

‘Ik moedig het gebruik van technologie in sommige lessen aan’, zegt Pedro De Bruyckere van de Arteveldehogeschool. ‘Maar het maakt deel uit van mijn les. Als ik een halfuur theorie geef, vraag ik mijn studenten nadien bijvoorbeeld om de les samen te vatten op hun laptop of telefoon, en mij die samenvatting door te mailen. Dan weet ik of ze het begrepen hebben. Een hogeschool moet zowel een hot spot als een cold spot kunnen zijn. En daar nemen docenten en studenten het best samen de verantwoordelijkheid voor. We moeten uitzoeken waar de meerwaarde ligt.’ Ook hij vertelt zijn studenten over het onderzoek naar laptops en studiewerk, en over de nadelen van multitasking.

‘Geen haar op mijn hoofd dat eraan denkt om technologie volledig op school te verbieden’, zegt Ben Lambrechts, algemeen directeur van de Hogeschool PXL. ‘Wij beperken het aantal ex cathedra lessen zo veel mogelijk. En voor projecten, events of taken moedigen wij studenten aan om technologie te gebruiken. Maar het kan interessant zijn om even stil te staan bij hoe vergroeid we intussen allemaal zijn met onze laptop en smartphone. Daarover gaat dit experiment van de opleiding communicatiemanagement.’

De Nederlandse techniekfilosoof Hans Schnitzler ging nog een stapje verder. Hij riep zijn studenten op om een week lang zonder smartphone te leven. Ze sliepen beter, voelden zich productiever, werden aandachtiger, rustiger. Schnitzler zelf besloot geschrokken: ‘We gaan ergens naartoe waar we niet willen zijn.’ We worden ‘smombies’ (smartphone-zombies). Maar zelfs Schnitzler pleit niet voor geheelonthouding, wel voor doordacht gebruik. Net wat de docenten van de PXL Hogeschool ook voor ogen hebben met hun experiment. Hervé Van de Weyer ziet het positief in: ‘Ik moet bijna geen enkele student er nog op wijzen dat een smartphone niet in de les thuishoort. Ze zien stilaan ook in dat dat onbeleefd en contraproductief is. Niemand stelt dat nog in vraag. Misschien willen alle studenten over een paar weken wel dat we het laptopverbod verlengen.’

Eva Berghmans, verschenen in De Standaard, 30 september 2017, PDF

Share on Facebook0Tweet about this on TwitterEmail this to someoneBuffer this pageShare on LinkedIn0Share on Google+0Print this page

Comments are closed.

Post Navigation