De kanarie in de onderwijskoolmijn

Gisteren werden de resultaten voorgesteld van PIRLS 2016, de meest recente Progress in International Reading Literacy Study. In de hele wereld werden vaardigheden begrijpend lezen gemeten, en vergeleken. In Vlaanderen alleen al testte het deskundige team van Bieke De Fraine meer dan 5000 leerlingen in bijna 150 lagere scholen. Het leverde een berichtje op in de journaals rond 19u20. Lang na het wereldnieuws over de Antwerpse immo-sector, de Russische doping, en het tijdverdrijf van Puigdemont. Toch moeten de resultaten ons ernstige zorgen baren. De dramatische resultaten zijn de kanarie in onze onderwijskoolmijn, en vormen een ernstige bedreiging voor onze economie en de welvaart van 2050 en later.

Eerst de feiten: Geen enkel land ging qua leesprestaties in 10 jaar tijd meer achteruit dan Vlaanderen. De achteruitgang bedraagt 22 punten, wat ongeveer overeenkomt met een half jaar cognitieve ontwikkeling. Het duurt nu dus een half (leer)jaar langer vooraleer kinderen in het vierde leerjaar hetzelfde niveau halen als 10 jaar geleden. Een gigantisch verschil. Op amper 10 jaar tijd. In Europa doen enkel Frankrijk, Georgië en Malta het nu nog slechter. Onder de landen die het beter doen prijken heel wat landen die niet meteen bekend staan als welvaartsstaat: Slovenie, Tsjechie, Macao, Bulgarije, Letland, Polen, Portugal en Kazakhstan. De tijd dat we op de internationale scene onvoorwaardelijk mochten pronken met ons onderwijs lijkt daarmee voorgoed voorbij.

Dit soort onderzoek laat helaas niet toe bepalende factoren met absolute zekerheid te achterhalen. Er is toenemende migratie, maar leerlingen die thuis altijd Nederlands spreken zijn evenveel gedaald als de rest. Er wordt verwezen naar leesplezier en –cultuur, maar zelfs de leerlingen die elke dag lezen gaan achteruit, en halen niet meer het niveau van de gemiddelde leerling in 2006. Er is dus veel meer aan de hand. Leraren bijvoorbeeld. De instroom verzwakt. En velen houden het niet lang vol. In PIRLS zien we dat de achteruitgang bij leraren met minder dan 10 jaar ervaring de helft groter is dan bij meer ervaren leraren. Er is ook de achteruitgang van klassiek taalonderwijs, met een sterke achteruitgang in instructietijd lezen, die bijna gehalveerd werd (van 15% van de onderwijstijd naar 9%).

Opvallend is ook dat dit algemene drama zich nog meer uitgesproken manifesteert bij de sterkere leerlingen. Terwijl internationaal 10% van alle kinderen een topniveau lezen haalt is dat hier nog 4%. Slechts 4%! Dit bevestigt de achteruitgang die we ook voor andere domeinen eerder observeerden. In het PISA onderzoek van de OESO zakte het aantal wiskundetoppers bijvoorbeeld in de laatste 15 jaar met 40%.  De resultaten voor taal zijn dus geen alleenstaand geval, en illustreren verder de algemene achteruitgang van het Vlaamse onderwijs, vooral aan de top.

Deze evoluties vormen een ontzettend groot probleem voor onze toekomstige welvaart. De tijd is voorbij dat auto’s hier massaal geassembleerd werden, en ook de Europese koolmijnen zijn gesloten. Elders en goedkoper. De oplossing werd gevonden in de ambitie om een kenniseconomie te worden. Alleen wordt men in een competitieve onderwijswereld geen kenniseconomie met woorden of goeie intenties alleen. De enige grondstof die ons rest, onze hersenen, moet ook daadwerkelijk ontgonnen worden. Een kenniseconomie vereist ambitieus onderwijs, waarin leerprestaties cruciaal zijn. Welbevinden is een voorwaarde voor, en zelfs een uitkomst van, goede prestaties. Maar onderwijs moet in de eerste plaats blijven gaan om leren en cognitieve ontwikkeling. Ièmand moet de economie van de toekomst creëren, patenten aanvragen, innovatief zijn, ondernemingen starten en werkgelegenheid scheppen. Het is een illusie te denken dat we die internationale competitie kunnen aangaan met middelmatig onderwijs. Indien de overheid deze taak niet ter harte neemt, zal duur privaat onderwijs overnemen, zoals in de rest van de wereld.

Het is onbegrijpelijk dat deze focus op leerprestaties gaandeweg uit het uitstekende Vlaamse onderwijs verdwenen is. Punten worden op vele scholen vervangen door bloemetjes en sterretjes. In allerlei kleuren. Wat vroeger ambitie was, is ondertussen vies, en elk verschil dient uitgevlakt te worden. Het onderwijs moet alle maatschappelijke problemen oplossen, van integratie tot burgerschap en radicalisering. Het leren lijdt eronder. Nu toont PIRLS dat nergens minder leerlingen zijn dan in Vlaanderen met een uitgesproken ambitie om goed te presteren op school. Ook in PISA bleken onze leerlingen reeds de laagste prestatiemotivatie te hebben.  Zelfs na de bekendmaking van de dramatische PIRLS resultaten ging het in de kranten vooral opnieuw over leesplezier. Liedjes, woordspelletjes, iedereen blij! Maar laat ons het primaire doel van dat welbevinden en onderwijs niet uit het oog verliezen: leren.

Ons onderwijs heeft meer ambitie nodig, en gelijke onderwijskansen voor iedereen. Ons beleid kent (terecht) talloze maatregelen voor wie het moeilijk heeft, terwijl er geen énkele maatregel te vinden is voor wie wat meer in zijn mars heeft. Het resultaat is nu een zeer kleine spreiding in de PIRLS resultaten (waarbij goeie en slechte scores zeer dicht bij elkaar liggen), maar een algemene daling. Onze leerlingen uit meer kwetsbare milieu’s doen het (gelukkig) beter dan elders. Maar de anderen doen het slechter! Dat kan niet de bedoeling zijn van een gelijke kansenbeleid. Al te vaak wordt er van uitgegaan dat goeie leerlingen hun plan wel trekken. Ook leerlingen die moeiteloos de minimale eindtermen halen hebben het recht zich optimaal te ontwikkelen. Meer nog, het is een voorwaarde voor onze toekomstige welvaart. En zelfs voor sociale mobiliteit. Die gebeurt (helaas) zelden in de staart van de klas. Dat wisten toenmalig onderwijsminister Frank Vandenbroucke en Dirk Van Damme al meer dan 10 jaar geleden in hun Talennota. Een veeleisend taalonderwijs werd toen nog geponeerd als dé voorwaarde voor sociale mobiliteit (met veel aandacht voor Nederlands. én voor vreemde talen). Ondertussen trekken donkere wolken over Vlaanderen.

(licht gewijzigde versie verschenen in De Standaard, 7 december 2017).

Share on Facebook0Tweet about this on TwitterEmail this to someoneBuffer this pageShare on LinkedIn1Share on Google+0Print this page

Comments are closed.

Post Navigation