Examinatoren milder voor laatsten in de rij

‘Een leerkracht die toetsen verbetert, een jurylid in een wedstrijdprogramma of een rechter die een reeks zaken moet behandelen: als je door hen beoordeeld moet worden, kun je maar beter achter in de rij staan of komen, menen de psychologen Kieran O’Connor en Amar Cheema van de universiteit van Virginia.’ In het vakblad Psychological Science publiceerden ze experimenten die erop zouden wijzen dat examinatoren ‘in het begin strenger oordelen dan op het einde’, lazen we onlangs in Het Laatste Nieuws. ‘Examinatoren milder voor laatsten in de rij’, kopte de krant. Kom je dan het best aan het eind van de dag? Dat blijkt niet uit het onderzoek van O’Connor en Cheema. ‘De onderzoekers analyseerden onder meer de scores in het Amerikaanse tv-programma Dancing with the Stars gedurende twintig seizoenen, en examenuitslagen van professoren die al jaren dezelfde cursus doceerden aan de universiteit’, schreef Het Laatste Nieuws. ‘In beide gevallen bleken de scores gemiddeld te stijgen doorheen de jaren.’ Aannemelijk, zegt professor psychologie Wouter Duyck (UGent). ‘Maar binnen één jaar is dat effect niet aangetoond. En binnen één dag of examenreeks al helemaal niet.’ Is de claim dan onwaar? Om objectief te kunnen oordelen, en om klachten te pareren van studenten die zich onheus behandeld weten, gebeurt evalueren vandaag met vooraf opgestelde beoordelingsschema’s en standaardantwoorden. ‘We nemen ook notities, zodat we elk cijfer duidelijk kunnen beargumenteren’, zegt professor onderwijskunde Martin Valcke (UGent). ‘Maar hoe je het ook wendt of keert, er is altijd ook subjectiviteit mee gemoeid.’ Een recente overzichtsstudie uit Journal of Educational Evaluation for Health Professions beschrijft enkele bewezen effecten. ‘In ideale omstandigheden variëren scores alleen als weerspiegeling van de bekwaamheid van de student’, lezen we. Maar de examinator speelt ook mee. Het halo-effect bijvoorbeeld, waarbij de docent aan één kwaliteit – bijvoorbeeld een verzorgd uiterlijk – de suggestie van een andere – intelligentie – verbindt. ‘Ook een naam wekt verwachtingen’, zegt pedagoog Pedro De Bruyckere (Arteveldehogeschool). Jean-Luc of Debby? ‘Daarom moet je schriftelijke examens “blind” verbeteren.’ Examinatoren beoordelen ook comparatief, wat leidt tot een contrasteffect. Een examinandus die na vijf zwakke studenten komt, krijgt voor zijn prestatie gemiddeld meer punten – ‘Aha, een goeie!’ – dan als hij na vijf sterke was gekomen. En hoe later in de rij, hoe milder het oordeel? Hoewel onderzoek daarover niet eenduidig is, kan vermoeidheid bij de examinator daar inderdaad toe leiden. De impact ervan is kleiner dan die van het contrast- of halo-effect. Maar vermoeidheid put je cognitieve vermogens uit, zegt Wouter Duyck. ‘In de literatuur heet dat egodepletie. Die maakt dat je sneller voor de default gaat. Afgematte examinatoren geven minder extreem hoge of lage scores, en neigen meer naar het gemiddelde. Dat effect is niet alleen vastgesteld in het onderwijs, maar ook bij rechters, die bij het beoordelen van een hoop zaken naarmate de tijd vordert minder moeite kunnen opbrengen om alle details te bekijken.’ Volgens die logica springt een student die aan het begin van de dag net een onvoldoende zou krijgen, als laatste in de rij met de hakken over de sloot, zegt Duyck. ‘Maar het omgekeerde geldt natuurlijk ook. Een glansprestatie op het eind van de dag levert een relatief minder hoog cijfer op dan aan het begin ervan.’

Door JAN JAGERS, verschenen in Knack, 23 mei 2018, PDF

Comments are closed.

Post Navigation