Er is een gebrek aan ambitie in het onderwijs. Met een beetje goed zijn we al content

“We moeten weer durven te excelleren”, zegt minister-president Geert Bourgeois (N-VA) over het onderwijs. Eerder trok VUB-professor Jonathan Holslag aan de alarmbel over studenten die “met beperkte vaardigheden” aan de start komen van de universiteit. Gaat het bergaf met ons onderwijsniveau? Wouter Duyck, professor psychologie en vaste stem in het onderwijsdebat, vindt van wel. “We gaan naar een onderwijs waarin ‘net voldoende’ de norm wordt. Mijn zoon had altijd acht op tien en kwam plots met enkel zessen thuis. Toch stond erZeer goed gewerkt op zijn rapport. Als we alleen met bloemetjes gooien, blijft ons hoger onderwijs nooit op topniveau.”

Een loper loopt 1 kilometer in 5 minuten, hoeveel kilometer loopt hij in 2 uur? Poepsimpele vraag. En toch: één op de vijf nieuwe psychologiestudenten weet het antwoord niet. “We vielen van onze stoel toen we dat zagen”, zegt Wouter Duyck, cognitief psycholoog aan de Universiteit Gent en opleidingsvoorzitter van de faculteit Psychologie. De vraag komt uit een test die basisvaardigheden meet. Duyck: “Een jaar of zes geleden merkten we dat er een probleem was met onze studenten. Ze buisden massaal op statistiek. Toen hebben we die test ontwikkeld. Om aan de universiteit te kunnen starten, zou je eigenlijk 20 op 20 moeten halen, maar een groot deel haalt amper 15.”

“Veel afgestudeerden zijn hun diploma niet waard”, zegt VUB-professor Jonathan Holslag aan de vooravond van een sabbatjaar. U deelt die mening?

“Neen, ik ben niet helemaal akkoord. Ik hoor veel collega’s zeggen: Het niveau is gezakt. En het is menselijk om te denken dat het vroeger beter was. Maar als we naar internationale studies

kijken, zien we dat onze studenten bij uitstroom nog altijd een Europees topniveau halen. Ik denk dat de universiteiten er nog in slagen de selectie te maken.”

De zwakkeren gaan er tijdens de studies uit?

“Ik denk het wel. Ik heb elk jaar 800 nieuwe studenten. De helft verdwijnt. In België zitten we met een uitzonderlijke combinatie: met vrije toegang en een relatief laag inschrijvingsgeld scoren we toch zeer goed in de internationale rankings. We presteren dus goed. Ik vraag me wél af of deze ­manier van selecteren nog verantwoord is. Want het kost de maatschappij en de ouders handenvol geld. En er is een motivationeel effect. Gebuisd zijn heeft impact. Dus ik deel de mening van Holslag dat we zouden moeten nadenken over niveau-eisen vóór de instroom.”

Als de instroom zwakker wordt en het niveau gelijk blijft, zouden de slaagcijfers moeten dalen. Is dat zo?

“Ja. Amper één op de drie studenten slaagt nog voor alle vakken in twee zittijden. De vraag is wel of dat alleen aan de kwaliteit van de instroom ligt. Er zijn nog dingen veranderd. Vroeger moest je erdoor zijn om naar het volgende jaar te gaan. Nu kiezen studenten bijna à la carte welk examen ze wanneer doen. Dus lagere slaagcijfers en langere studieduur, ligt dat aan de kwaliteit van de instroom of aan die flexibilisering? Ik denk dat het beide is.”

Heeft u het gevoel dat de mentaliteit van de studenten verandert? Alles op alles zetten voor drie maanden ­vakantie, is dat er nog bij?

“Zo was het in onze tijd. (lacht)Er zijn er nog, maar de mentaliteit is veranderd. Twee op de drie halen het niet in twee zittijden, maar ik weet zeker dat de helft van die groep daar wel toe in staat is. De studie staat minder centraal in het leven van studenten. Men heeft allerhande jobkes en engagementen, en vindt het niet nodig om op tijd af te studeren. Studenten zijn ook veeleisender geworden. Als ik zeg: Aanwezigheid vereist voor die les, krijg ik van een derde van de studenten een mail dat ze naar de tandarts moeten, in een restaurant moeten werken of op weekend gaan met hun vrienden. En dan moet ik in een vervangende taak voorzien.”

En als u zegt: niet aanwezig is geen punten?

“Dan komen ze met een ziektebriefje. Ik heb het al meegemaakt. Een student zegt: Ik ga op weekend. Ik weiger en op maandag ligt er een briefje. Studenten doen alsof ze klant zijn. Een student heeft eens letterlijk gezegd: Hoezo, ik moet naar de les komen? Ik heb inschrijvingsgeld betaald, je bent verplicht om mij een vervangende taak te geven.”

Wat moet er gebeuren om die evolutie te doen stoppen?

“Ik denk dat we weer grenzen moeten stellen aan de flexibilisering. Weet je dat in het buitenland vaak geen tweede examenkans bestaat? Ik geef een examen, een inhaalexamen, een examen in tweede zit en een inhaalexamen in tweede zit. Dat zijn vier examenkansen. En dan nog zeggen studenten: Ik vind dat ik het recht heb om dat vak mee te nemen. Ik vind dat we weer strenger moeten worden. Studenten zijn niet dommer geworden. Als het bij ons ging, waarom zou het vandaag dan niet gaan?”

Zou het beter zijn om de toegang te beperken?

“Ik ben tegen een elitaire ingangstest, maar ik vind het niet fout om aan jongeren die niét de ­basisvaardigheden hebben, te zeggen: Misschien moet jij iets anders doen. De vrijwillige oriënteringsproef van de UGent doet precies dat. Maar het gebeurt bij het begin van het academiejaar, en dat is eigenlijk te laat. Ik geloof dan ook in de Columbusproef, die minister Crevits nu op poten zet voor het laatste jaar middelbaar.”

Over dat middelbaar. Daar durft u wel te zeggen dat het niveau gezakt is?

“Ja. Zeker in de ‘softe’ richtingen. Neem nu aso, humane wetenschappen. Dat zou de beste voor­bereiding moeten zijn op psychologie, maar amper een kwart slaagt, tegenover 40 procent algemeen en 80 procent voor Latijn-wiskunde. Dan mag ik toch zeggen dat er een probleem is?”

Gaan we naar een soort onderwijs waarin net voldoende de norm is?

“De zesjescultuur. Ja, ik vind dat ons onderwijs daar te veel van doordrongen is. Uit de PISA-metingen van de OESO blijkt dat de ‘prestatiemotivatie’, de wil om het goed te doen op school, in Vlaanderen het laagste is van heel Europa. De vorige meting was veel beter. Er waren ook nog nooit zoveel schoolverlaters die niet verder studeren na aso. Dat is sneu, want als je aso doet, moet je ­eigenlijk voortstuderen. Anders had je beter tso gedaan, dan was je tenminste klaar voor de arbeidsmarkt.”

“Er is een gebrek aan ambitie in ons onderwijs, en dat vind ik een probleem. Als het een beetje goed is, zijn we al content. Mijn zoon van veertien heeft meestal acht op tien. Plots heeft hij voor alles zes. Toch staat erZeer goed op zijn rapport. Als ik de school om uitleg vraag, zeggen ze: Ach,het is een brave jongen, er is geen risico op falen. Er valt meer te halen uit die jongen, maar de school vindt dat niet nodig. Vlaanderen moet een kenniseconomie zijn, zeggen de politici. Dan moet de lat toch wat hoger liggen? In 2003 haalde nog 34 procent van de Vlaamse scholieren topniveau voor wiskunde, in 2015 nog 20 procent. In 12 jaar tijd zijn we 40 procent toppers kwijt. Dat is geen toeval.”

U bent ook geen fan van het schrappen van examens en rapporten.

“Er maakt een naïef soort egalitarisme opgang. Je mag kinderen niet verschillend behandelen. En dus worden punten en soms zelfs examens afgeschaft, en is het klasgemiddelde taboe. In Wallonië gaan ze volgend jaar naar een tronc commun: een gemeenschappelijk programma voor alle leerlingen tot 15 jaar. Iedereen krijgt Latijn en er zijn geen examens tot het einde van het derde jaar. Dat wordt een ramp. Als ze aan de universiteit ­komen, kunnen ze niet studeren. Natuurlijk moet je een kind met bescheiden vaardigheden niet straffen voor een slecht rapport. Maar zonder punten ontneem je kinderen die goed scoren, een stukje drive. En dat is de reden waarom we aan de top verliezen.”

Hoe gaan we als ouders het best om met het rapport?

“Gebruik vooral je gezond verstand. Zie het als een tool om te kijken of je kind naar vermogen heeft gewerkt. En is dat niet zo? Bij ons heeft dat mindere rapport tot nieuwe regels voor de PlayStation geleid. Maar omgekeerd durf ik ook targets te stellen om mijn kinderen uit te dagen. Als je 82 haalt, gaan we naar het WK. Dus realistische doelen stellen, durven te belonen als het die haalt en erover spreken als dat niet zo is, dat is hoe ik het zie.”

Heeft u het gevoel dat ouders bijdragen tot die ­zesjes­cultuur?

“Het onderwijs en de media hebben ouders toch een beetje besmet. Ook bij ouders neemt de prestatiemotivatie af. De zoon van een collega haalde altijd 90 procent, maar moest van zijn vader hout­bewerking volgen. Ik vind dat bijna een symbool van het dedain dat vandaag soms bestaat voor intellectuele ontwikkeling. Wie durft nog te zeggen: Ik stuur mijn kind naar de Latijnse? We moeten onze kinderen ook niet te allen prijze willen sparen, vind ik. Kinderen zijn weerbaar. Een slecht rapport is een leermoment. Het is absurd om alle teleurstelling uit hun leven te bannen en dan te verwachten dat ze weerbare volwassenen worden.”

Want later moeten ze ook presteren.

“Exact. In het onderwijs kan je kinderen misschien afschermen van prestatiedruk, maar als ze later constant hun deadline missen, vliegen ze er ook uit. Het stoort mij enorm dat mensen het altijd op flessen trekken. Alsof er bij examens sowieso stokslagen horen.”

Gaat school niet over meer dan presteren?

“Natuurlijk. Maar als we alleen nog met bloemetjes mogen gooien en aan creativiteit en zelfontwikkeling doen, is het te ver aan het doorschieten. In de lagere school haalt nog de helft van de kinderen

de eindtermen voor Frans. Dat gaat niet meer over tevreden zijn met de minimumnorm, maar over die minimumnorm niet halen. In het hoger onderwijs heb ik een beetje gesust: het niveau is nog goed, in het middelbaar zeg ik: we verliezen aan de top, maar in het lager is het problematisch aan het worden. Als die gasten gaan studeren, zullen we pas krijgen waar Holslag voor waarschuwt.”

Tekst: Annelies Rutten Foto: Geert Van de Velde

(verschenen in Het Nieuwsblad, 23 juni 2018, PDF)

Comments are closed.

Post Navigation