DS Avond: ‘Misschien is niet instapleeftijd het probleem, maar het onderwijs zelf’

Na N-VA en Open VLD, pleit nu ook SP.A voor een verlaging van de leerplichtige leeftijd. Ze doen dat al ruim vijftig jaar, zonder succes.

Het aantal pleidooien om de leeftijd waarop kinderen les moeten beginnen te volgen te verlagen, is al lang niet meer op één hand te tellen. De SP.A maakte vandaag bekend dat ze een wetsvoorstel zullen indienen voor een leerplicht vanaf drie jaar. Nu ligt die op zes jaar. ‘Hoe vroeger je begint met onderwijs, hoe beter de resultaten op latere leeftijd zijn. Dat toont studie na studie aan’, zegt Kamerlid Meryame Kitir. Ook Open VLD en N-VA lieten zich al positief uit over de verlaging van de leeftijdsgrens, al leggen zij de ondergrens op vijf jaar. Zelfs aan Franstalige kant is er eensgezindheid tussen de PS, CDH en MR. :Voor weinig voorstellen bestaat zo’n Kamerbrede politieke steun.

Socialisten, katholieken en liberalen die zich eensgezind achter een lagere leerplicht scharen: het lijken de jaren 60 wel. Toen al stelde senator Jan Bascour van de liberale PVV voor om de leerplicht te verlagen van zes naar vijf jaar. Dat zou het aantal zittenblijven in het eerste leerjaar moeten doen dalen. Niet veel later wierp de socialistische minister van Onderwijs zich op als verdediger van de ‘schoolplichtvervroeging’. En toch geldt die leerplicht, die meer dan honderd jaar oud is, al sinds haar invoering pas vanaf zes jaar. Wat werkt daar tegen?

Het klinkt simpel, maar…

De pleidooien voor een lagere leerplicht zijn vooral gebaseerd op statistische vaststellingen. Allereerst zijn er de resultaten van het Pisa-onderzoek van de Oeso. Die tonen dat kinderen die niet naar de kleuterklas gaan, later veel meer risico op schoolachterstand lopen. De kans dat ze problemen met wiskunde krijgen, stijgt in Europa gemiddeld met 47 procent. ‘In Vlaanderen stelt de kwestie zich des te prangender, omdat de helft van de kinderen in de steden thuis een andere taal spreekt’, zegt onderwijskundige Wouter Duyck (UGent). Ook hij is een groot voorstander van de verlaging van de leerplicht. ‘We weten dat die kinderen vier keer vaker niet naar het kleuteronderwijs gaan dan Nederlandstalige kinderen. Dat maakt ze vogels voor de kat.’

Dan lijkt de oplossing voor de hand te liggen. ‘Als statistisch onderzoek zegt dat “wie vroeger gaat, het beter doet” en dat “kleuters uit bepaalde milieus niet vroeg genoeg naar school gaan”, dan is een plus een twee en moet de leerplichtige leeftijd naar omlaag’, vat Michel Vandenbroeck, hoofddocent sociale pedagogiek aan de UGent, het samen. ‘Dat klinkt simpel en daarom gaan politieke partijen er al decennialang zo gretig mee aan de slag. Maar de problematiek is complexer dan dat.’

Eerst mechanismen begrijpen

Vandenbroeck haalt het voorbeeld van Finland aan. ‘Dat is volgens de Oeso het Europese land met de grootste gelijkheid van kansen in het onderwijs, maar ook het land met het kleinste aantal kinderen in kleuteronderwijs. In Vlaanderen gaat net geen 99 procent van alle kleuters naar school, maar ons onderwijs creëert ongelijkheid, meer dan eender welk ander onderwijssysteem in Europa. Dat is telkens het uitgangspunt van de pleidooien voor een lagere leerplichtleeftijd. Maar is dat niet vreemd? Als ons onderwijs ongelijke kansen creëert, hoe kan meer van dat onderwijs dan de oplossing zijn?’

‘Zo lang we niet beter begrijpen hoe ongelijke kansen tot stand komen in ons onderwijssysteem, en of dit al van in de kleuterschool zo is, lijkt de hele discussie over leerplichtverlaging onwezenlijk’, vindt Vandenbrouck. ‘Wat gaan we straks doen als blijkt dat de maatschappelijke ongelijkheid mee door die kleuterschool in stand gehouden wordt? Kinderopvang verplichten? Wellicht is het beter om iets minder de vraag te stellen welke kinderen we nodig hebben in de lagere school en meer welk onderwijssysteem we nodig hebben om in deze 21ste eeuw gelijke kansen te creëren.’

Dat betekent niet, zo benadrukt Vandenbrouck, ‘dat we niet achter de ouders aan moeten, die hun kinderen thuis houden’. ‘We moeten ze in de scholen verwelkomen, de dialoog aangaan, afwezigheden monitoren,… Zo betrek je ouders bij de school, schep je kansen voor hen en hun kinderen. Dat doe je niet door ze te bestraffen.’

Veel geld voor nodig

Ook minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) vraagt zich af ‘of er nog wel winst te boeken is met een verlaging van de leerplicht’. Dat zou de overheid ook veel geld kosten. De werkingsmiddelen van het kleuteronderwijs liggen nog steeds ongeveer 30 procent lager dan die van het lager onderwijs. ‘De kostprijs van gelijkschakeling wordt geraamd op 50 miljoen euro’, zegt Crevits. ‘Daarbij komt dat, samen met de leerplicht, ook de grondwettelijke verplichting tot het inrichten van levensbeschouwelijk onderwijs komt.’ Scholen zouden ook voor de kleuterklas leerkrachten godsdienst of zedenleer moeten aanwerven. ‘Daarvoor bedraagt de kostprijs nog eens 21 miljoen euro’, weet Crevits.

Katholiek Onderwijs Vlaanderen vraagt zich, in de lijn van de bedenkingen van Vandenbrouck, af ‘of we dat geld niet efficiënter kunnen besteden’. ‘Ik denk aan buurtwerkers, die de kwetsbare ouders richting school begeleiden en met hen in dialoog gaan’, zegt topman Lieven Boeve. ‘Dat lijkt ons een betere keuze.’

Het wetsvoorstel van Kitir zal besproken worden in de commissie Bedrijfsleven van het federaal parlement. Het is staatssecretaris voor Gelijke Kansen Zuhal Demir (N-VA) die finaal bevoegd is. Zij vroeg eerder al advies aan de regio’s. Dat wordt midden september verwacht.

(verschenen in De Standaard Avond, 4 september 2018)

Comments are closed.

Post Navigation