Twee derde psychologische studies levert bij herhaling andere uitkomsten

Het levert schattige Youtube-filmpjes op, die ‘marshmallowtest’. Bij een experiment krijgen kinderen van vier jaar snoep voorgeschoteld. Ze hebben de keuze: ofwel eten ze de marshmallow direct op, ofwel wachten ze een kwartier en krijgen ze als beloning een tweede marshmallow. Je ziet de kinderen …

Van onze redactrice Maxie Eckert

BrusselHet levert schattige Youtube-filmpjes op, die ‘marshmallowtest’. Bij een experiment krijgen kinderen van vier jaar snoep voorgeschoteld. Ze hebben de keuze: ofwel eten ze de marshmallow direct op, ofwel wachten ze een kwartier en krijgen ze als beloning een tweede marshmallow. Je ziet de kinderen vastpakken, ruiken en (soms) happen. De Amerikaanse onderzoeker Walter Mischel (Stanford University) berichtte zo’n dertig jaar geleden dat kinderen die aan de onmiddellijke verleiding konden weerstaan, meer zelfcontrole hebben. Ze zouden het later beter doen op school en zich als volwassene beter in hun vel voelen.

Aan de New York University is het marshmallowexperiment nu herhaald, maar met een grotere groep kinderen. Resultaat: de test voorspelt maar in zeer beperkte

mate hoe vlot het kind zal leren rekenen en lezen. De verdere ontwikkeling van de persoonlijkheid staat zelfs volledig los van zijn geduld.

Dat studies niet standhouden bij herhaling zou niet uitzonderlijk zijn, klinkt het in De Morgen. ‘Zo bleek in 2015 bij een steekproef van honderd psychologische onderzoeken twee derde bij herhaling wezenlijk andere uitkomsten te leveren.’ Ook in de economie en de epidemiologie zou een behoorlijk aandeel van de studies niet overeind blijven, bij herhaling.

Te enthousiast

Is de wetenschap echt zo onbetrouwbaar? Bij de proef waarvan sprake in De Morgen, ging het om papers uit ‘hooggeplaatste’ vaktijdschriften uit de psychologie. In acht op de tien gevallen waren de voorgestelde effecten in de originele studie sterker dan in de herhalingsstudie. In slechts 39 procent (of iets meer dan 1 op de 3) studies leidde de herhaling tot (bijna) hetzelfde resultaat. ‘Maar dat wil niet zeggen dat een grote groep onderzoekers fraudeert’, zegt Ben Nemery, professor aan de ­faculteit Geneeskunde van de KU Leuven. Hij was een van de promotoren van een recent doctoraatsonderzoek over ‘slordige’ wetenschap ( DS 26 februari). ‘Veel onderzoekers zijn enthousiast en willen mooie resultaten voorleggen. Ze laten soms resultaten weg die niet goed uitkomen.’

‘Los daarvan is het heel moeilijk om onderzoek perfect te herhalen. De omstandigheden zijn nooit helemaal dezelfde. Dat geldt zeker voor experimenten met mensen, maar ook in het lab met proefdieren. Experimenten met dieren tijdens een hittegolf bijvoorbeeld, leveren wel eens andere resultaten op. Hoe dat komt is onduidelijk. Misschien doordat de onderzoekers er met hun hoofd niet honderd procent bij zijn?’

Betere experimenten

Experimenten herhalen en andere effecten vinden is een inherent onderdeel van de wetenschap, voegt

professor cognitieve psychologie Wouter Duyck (UGent) daaraan toe. ‘We verfijnen onze modellen door tegenstrijdige resultaten. Juist omdat herhalingsstudies nooit perfecte kopieën zijn, leren ze ons veel. Gelukkig gaat er de laatste jaren, zeker in de psychologie, veel aandacht naar beter uitgewerkte experimenten met grotere groepen proefpersonen.’

Over de marshmallows wil Duyck nog het volgende kwijt: het verband tussen zelfcontrole en studieprestaties is herhaaldelijk aangetoond. ‘Alleen is het heel moeilijk om zelfcontrole bij jonge kinderen te meten.’

Conclusie: Dat een groot deel van wetenschappelijke studies bij herhaling andere resultaten oplevert, klopt. Al wijst dat zeker niet altijd op kwaad ­opzet van de onderzoekers.

Maxie Eckert ■ (verschenen in De Standaard, 28 mei 2018, PDF)

Comments are closed.

Post Navigation