Interview Geert Bourgeois over onderwijs

Limburgers moeten zich geen zorgen maken, de centen van LRM blijven hier. Ook de volgende Vlaamse regering zal niet proberen om de pot geld die Limburg heeft gekregen bij de mijnsluiting, terug naar Brussel te versassen. “Ik kan het niet genoeg herhalen: het zal niet gebeuren”, zeg minister-president Geert Bourgeois.

Een van de verrassende dingen uit de jongerenenquête van UCLL die wij deze week hebben gepubliceerd, is dat maar 39 procent beseft dat het op 14 oktober ook provincieraadsverkiezingen zijn. Was u verbaasd?

“Nee, ik zie in West-Vlaanderen grote reclamecampagnes van de provincie, gewoon om te bewijzen dat ze bestaat. Een stad of gemeente heeft dat niet nodig. Jullie hebben ook gevraagd of jongeren wisten wie hun burgemeester is. Daar kon 85 procent wel op antwoorden. Maar wat als jullie nu eens gevraagd hadden wie de eerste gedeputeerde is? Dát antwoord had ik wel eens graag willen zien (glimlacht). Je moet wel een verschil maken tussen het collectieve gevoel dat mensen in een provincie als Limburg of West-Vlaanderen hebben en de provinciale structuren.”

Wat vond u van het feit dat jongeren niet geïnteresseerd zijn om op hun 16de al te gaan stemmen?

“Dat blijkt uit elk onderzoek. Maar intussen moeten we jongeren in het onderwijs wel opvoeden tot kritische, verantwoordelijke burgers en daar maak ik me zorgen over.”

Wil u zeggen dat u het eens bent met VUB-prof Jonathan Holslag? Die zei deze week nog dat ons onderwijsniveau te laag is. Zelfs bij de masterproef aan de universiteit.

“Ja, en professor Patrick Loobuyk van UAntwepen moet in de examens lezen dat ‘god de wereld heeft geschaapt’. Voor het vierde leerjaar stonden we qua begrijpend lezen in 2006 nog op de achtste plaats, tien jaar later zijn we naar de 32ste plek gezakt. In de lagere school moet je in de eerste plaats toch goed leren lezen, schrijven en rekenen. Hoe kan je een kritische burger worden als je niet eens goed een krant kan lezen? Dat is toch essentieel.”

Wat doen we fout?

“We zijn te zelfgenoegzaam geworden. Uit het PISA-onderzoek blijkt dat onze 15-jarigen het laagste ambitieniveau hebben van alle jongeren van die leeftijd van de OESO-landen. Dat is dramatisch. We stevenen af op een zesjescultuur. De nadruk in het onderwijs ligt erg op welbevinden, maar wanneer voelt een kind zich goed? Vooral als een jongen of een meisje na een inspanning iets heeft geleerd.”

Waar danken we dat aan?

“De eindtermen zijn de bevoegdheid van het parlement: wat leerlingen moeten kennen en kunnen, bepalen wij. Maar de leerplannen zijn de bevoegdheid van de koepels en zij hebben beslist om minder uren te besteden aan begrijpend lezen. Kinderen worden gelijker, zegt men dan, maar dat is niet juist. De sterken worden zwakker. We staan te juichen voor toptennissers en toppianisten, maar die moeten ook jaren aan een stuk heel hard oefenen. Maar in het onderwijs hoeft dat voor sommigen niet meer. De lat wordt te laag gelegd. Daarom heeft N-VA zich verzet tegen die brede eerste graad in het onderwijs. Ook in Wallonië heeft minister-president Willy Borsus (MR) nu aan de noodrem getrokken: ze hebben één jaar leerachterstand tegenover Vlaanderen, zegt hij. Jammer genoeg heeft hij over dat onderwijs niets te zeggen. En wat gaat de PS nu doen? De brede eerste graad optrekken van twee naar drie jaar. Rampzalig, zeggen de mensen die het kunnen weten.”

Horen wij u nu zeggen dat jullie die modernisering al willen bijspijkeren nog voor die in september 2019 start?

“Nee, want we hebben er over gewaakt dat die eerste graad niet breed is.”

Misschien moet onderwijs meer geld krijgen?

“Ons secundair onderwijs is al het tweede duurste van de OESO-landen.”

Gebruiken we dan de beschikbare middelen niet goed genoeg?

“De vraag is: waar zet je op in? Welzijn is belangrijk, maar waar ik me tegen afzet is de heersende cultuur waarbij mensen alleen maar in hun vrije tijd gelukkig zouden kunnen zijn. Je moet arbeidsethiek hebben, trots zijn op wat je aflevert: een mooi wetsvoorstel, een mooie muur metselen. Ik heb vijf jaar als bouwvakker gewerkt. Ik heb respect voor wie een ambacht, een materie goed beheerst en daar trots op is. Ook professor Wouter Duyck van UGent zegt dat onderzoek aantoont dat kinderen die inspanningen leveren, zich goed voelen. Punten afschaffen en met kleurtjes werken, vind ik niet goed.”

Kijkt u nu naar de minister of naar de koepels?

“Wel, de koepels zijn degenen die verantwoordelijk zijn voor de leerplannen. Ik heb in ons regeerakkoord één grote rode draad gestopt en dat is vertrouwen geven. Dat geldt ook voor de leraren: geef hen vertrouwen en stop met die planlast.”

Jullie zijn wel erg bezig met onderwijs. Is dat een bevoegdheid die jullie in een volgende regering graag zouden hebben?

“Ik wil zeker niet vooruitlopen op de regeringsvorming, maar we hebben zeer goede ideeën over onderwijs, die gedragen worden door tal van onderwijsexperts. Onderwijs is in elk geval een hoofdprioriteit voor ons.”

Over de provincies dan. Bart De Wever heeft vorige zondag in Beringen gezegd dat Wouter Beke de Limburgers nodeloos bang maakt over het afschaffen van het provinciebestuur. Is dat zo?

“Ja. Beke wil nu alles vereenvoudigen tot een keuze voor of tegen de provincie. Maar Limburg zal blijven bestaan, het Limburggevoel ook. De vraag is of je per provincie ook politieke structuren nodig hebt. Toen België is opgericht, waren er alleen de gemeenten, provincies en België. Nu hebben we gemeenten, meer dan 2.000 intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, Vlaanderen, België en Europa. Voor 6,5 miljoen mensen hebben we zes bestuurslagen. Dat is toch echt van het goede te veel. En het is niet omdat je een provinciaal gevoel hebt, dat je daarvoor dat bestuursniveau nodig hebt.”

En is er nog een gouverneur nodig?

“Ja, we geven de gouverneurs ook meer coördinatietaken zoals voor complexe projecten. Voor de Noord-Zuidverbinding is gouverneur Reynders ook de procesbegeleider. Hij brengt de adviezen van de buitendiensten samen.”

Gwendolyn Rutten zei twee jaar geleden nog dat alle provincies afgeschaft mogen worden, behalve Limburg. Zeggen Limburgse N-VA-politici dat ook?

“Wij willen de provincies niet afschaffen. Dat zijn realiteiten die bestaan. Ik wil alleen af van dat provinciaal bestuur. Als je nu één provincie hebt met veel provinciaal gevoel, is dat Limburg. Naast West-Vlaanderen natuurlijk. Daar moet je op een verstandige manier mee omgaan.”

“Maar de overheid moet efficiënter, daar hebben wel al veel voor gedaan: in 2019 zullen we 4.000 ambtenaren minder hebben, dat is 2 miljard euro bespaard.”

Over andere structuren gesproken: zal N-VA tijdens de onderhandelingen over het volgende regeerakkoord LRM met rust laten en niet proberen weg te halen uit Limburg?

“Kris Peeters heeft de vorige regeerperiode eens in Limburg gezegd dat hij LRM ging laten inkantelen. Hij is meteen teruggefloten. Op de laatste SALK-vergadering heb ik ook gezegd dat niemand in de Vlaamse regering er aan denkt om aan LRM een einde te maken. Geregeld duiken er van die verhalen op, zoals vorige week, over aasgieren die rond de pot van LRM zouden cirkelen. Het zou dan N-VA zijn die dat wil. Ik ben formeel: dat klopt niet. Ook in het volgende regeerakkoord zal N-VA de overdracht van LRM niet op tafel leggen. Zeer zeker. Ik heb zeer veel appreciatie voor LRM. Zeker met SALK heb ik gezien wat ze allemaal opgezet hebben aan start-ups, scale-ups en nieuwe initiatieven met een hefboomlening van 100 miljoen euro. Daar mogen anderen jaloers op zijn.”

Als we die resultaten bekijken, moeten we het misschien omkeren en moet het Vlaamse PMV ondergebracht worden bij LRM in plaats van omgekeerd?

“Dat nu ook weer niet.” (lacht)

Dat N-VA aast op LRM is een hardnekkig verhaal. Als dat leugens zijn, vanwaar komt dat dan?

“Wellicht van onze politieke vrienden ( lacht). Maar ik zit al lang genoeg in de politiek om te weten hoe sommigen dat spel spelen. LRM is een zeer krachtige hefboom voor investeringen. Jullie hebben al de steenkoolmijnen, Philips en Ford Genk verloren, mijn boodschap is: diversifieer, start met kleine initiatieven. Dat heeft Limburg ook gedaan. Toen ik adolescent was, werkten er in mijn stad, Izegem, 8.000 mensen in de schoennijverheid. Die zijn in 1958 met de eengemaakte markt een voor een failliet gegaan en vervangen door nieuwe initiatieven, door kleine kmo’s. Als een van die kmo’s over de kop gaat, is dat op macroniveau geen drama. Vroeger was er ook een klein beetje een Calimerogevoel in Limburg: we hebben pech, we moeten hulp krijgen. Dat is stilaan weg en dat is goed.”

De schrik dat we het geld van LRM kwijt raken, heeft niks met Calimero te maken. Het is gewoon geld van Limburg.

“Ik kan het niet genoeg herhalen: dat zal niet gebeuren. We zien bij die SALK-vergaderingen dat het goed gaat. Die vergaderingen duren ook alsmaar minder lang omdat al 90 procent van de zaken in uitvoering is. Alles zit op schema.”

Weet u al wie de volgende ceo van LRM wordt? Want het zijn grote schoenen die gevuld moeten worden. Moet het iemand van buiten Limburg zijn?

“Het zal moeilijk zijn om Stijn Bijnens te vervangen. Hij heeft dat samen met Hugo Leroi zeer goed gedaan. Voor mij is het niet belangrijk of het een Limburger is of niet, als zij of zij maar excellent is.”

LRM is belangrijk voor Limburg, maar Limburgse ministers zijn dat ook. Blijven wij volgende keer ook een Limburgse N-VA-minister hebben?

“Ik denk wel dat we sterke mensen in Limburg hebben die ministerabel zijn, al hoeft er voor mij niet van elke provincie een minister te zijn. Je hoeft ook niet van Limburg te zijn om te weten wat de provincie nodig heeft. Een West- of een Oost-Vlaming kan ook de Limburgse belangen verdedigen.”

Toch liever een Limburger. Gaat u zelf nog voor een nieuwe termijn als Minister-President?

“Ik zeg niet ja of nee, dat hangt af van de kiezer. Maar als ik de kans krijg zeker wel, ik wil niet stoppen met werken. Ik ken veel mensen die te vroeg zijn gestopt. Die zeggen nu: ik heb geen uitdagingen meer. Dat wil ik niet, ik voel me nog te goed. Ik leer ook nog elke dag nieuwe dingen, ik ontmoet elke dag nieuwe mensen en dat houdt me jong.”

Moeten jullie Jan Peumans dan ook niet aan boord houden?

an heeft al gezegd dat hij kiest voor een ander leven. Uiteraard heb ik daar alle begrip voor. Iedereen moet dat voor zichzelf uitmaken.”

Het vreemde is toch net dat je langs de ene kant levenslang moet leren en dat langs de andere kant 50-plussers al snel aan de kant worden gezet. Over het SWT op 56 jaar voor 600 mensen bij Carrefour is nu toch ook al ruzie tussen de ministers Peeters en Muyters. Wie heeft gelijk?

“Wat mij stoort aan de media is dat ze alles afdoen als ruzie en gekibbel: je mag toch ook van mening verschillen? Zo gaat dat toch in een democratie. Laat ons eens nagaan hoeveel SWT’ers echt aan het werk zijn. Want die moeten niet actief op zoek gaan. Die krijgen ook minimaal 60 procent van hun wedde en als vakbonden sterk staan in onderhandelingen kan dat zoals bij Carrefour oplopen tot 95 procent. Maar we mogen zeker niet het signaal geven dat mensen van 56 jaar al afgeschreven zijn. We zitten met een krapte op de arbeidsmarkt.”

U heeft die SWT-regeling mee goedgekeurd. Schaft u dat af bij een volgend regeerakkoord ?

“Wat mijn partij betreft wel, want intussen tikt de vergrijzing. Er moeten meer mensen aan de slag om de pensioenen te betalen. We hebben al hervormingen doorgevoerd, maar als we kijken naar Nederland of naar andere landen, dan moeten we nog een tandje bijsteken.”

We noteren dus dat de SWT-regeling zal aangepast worden in een volgende regering. Helemaal?

“We kunnen dan nog discussiëren om te zien of het in sommige omstandigheden wel kan, vanaf welke leeftijd en met een betere federale activatieplicht Je kan de mensen die in het systeem stappen niets verwijten, maar als samenleving kunnen we dit niet meer dragen.”

Dan moeten de werkgevers ook wel de 55-plussers in dienst willen nemen.

“De werkgevers zijn daar ook fout in. Ze willen alleen maar witte raven. Als ik in West-Vlaanderen rondfiets, zie ik ook overal dat ze ‘ervaren’ mensen zoeken. Waar moeten die mensen hun ervaring dan opdoen? Daarom geven we ook opleidingen op de werkvloer.”

Hoe zit met de dossiers die nu nog op tafel liggen, zoals het verpakkingsplan van Schauvliege. U wilde eerst wachten op het plan van de industrie, maar dat is niet ambitieus. Veel van de dingen die zij voorstellen – zoals de blauwe zak uitbreiden – zijn al beslist. Ze willen ook maar 20 procent minder zwerfvuil tegen 2022.

“Ik ben het daar niet mee eens. Wat zij voorstellen is wél ambitieus. Je kan ook niet van de sector verwachten dat ze verantwoordelijk is voor het hele zwerfvuil. Want daar zit van alles tussen. In de volume van het zwerfvuil zijn blikjes en petflessen goed voor 40 procent, in gewicht is dat 20 procent en in aantallen is dat 5 procent. Je kan hen dus niet verantwoordelijk stellen voor alle andere rommel in de natuur.”

Schauvliege wil de producent 100 procent verantwoordelijk stellen. U niet?

“Ik ben ook voor de verantwoordelijkheid van de producent, maar ook voor die van de individuen. Ga naar Zwitserland, daar ligt niets op straat. We moeten ook investeren in sensibilisering.”

Die campagnes kosten veel geld, maar werken niet. ‘Mooimakers’ heeft niet het gewenste effect gehad.

“De verantwoordelijkheid van de mensen zelf is ook belangrijk. Het is niet de sector die dingen op straat gooit. We gaan ook meer zware sancties opleggen.”

Maar gaat dit nog deze zomer beslist worden?

“Ik zeg nooit wanneer een dossier zal landen, want dan rij je je vast en komt er druk. Het is een zeer complex dossier. De verpakkingssector betaalt nu al meer dan 400 miljoen per jaar aan verpakkingstaks, maar dat geld gaat naar de federale overheid en dus niet naar de steden en gemeenten die het zwerfvuil ophalen. Kopenhagen heeft ondanks het statiegeld nog dezelfde opruimkost als Antwerpen. Moeten we alle mensen die nu alles netjes recycleren, laten opdraaien voor de anderen? En iedereen naar het warenhuis laten rijden en het comfort van de blauwe zak verliezen?”

Maar nu ga je die drank toch ook kopen in het warenhuis? En glazen bierflesjes met statiegeld brengen mensen toch terug, want die zie je niet langs de weg liggen.

“Dat is van een andere orde, we moeten het allemaal nog grondig bestuderen. Laat ons inzetten op innovatie. Volgend jaar komen er bio-afbreekbare flessen op de markt.”

Een ander groot dossier: de boskaart. Een jaar geleden hebt u die ingetrokken. Hoe zit het daar intussen mee?

“We zijn die kwetsbare bossen op een andere manier aan het regelen, we zijn dit samen met het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, het instrumentendecreet en de watergevoelige gebieden aan het bekijken. Dat is een moeilijke en ambitieuze oefening, want we willen tegen 2025 het ruimtelijk beslag halveren tot 3 hectare per dag en tegen 2040 moet dat naar 0. Die dossiers hangen allemaal aan elkaar.”

Dus komt er niet meteen een nieuwe boskaart?

“Het zal in elk geval geen kaart zijn. We gaan ook een bepaalde minimumoppervlakte nemen. We willen ook meer aaneengesloten bossen en geen kleine perceeltjes meer. Ook het instrumentendecreet moet goed uitgewerkt worden: welke gebieden gaan we eerst van bestemming veranderen? De boodschap is in elk geval: verdichten. Maar dat er alleen nog in de steden gebouwd zou kunnen worden, klopt niet. Ook de dorpen moeten verdichten. De mensen moeten uiteraard ook correct vergoed worden. Van hier tot 2040 moeten we ook een schema uitwerken dat betaalbaar is.”

Is het nog voor deze regering?

“Ja. Een timing geef ik niet. Ik wil goede akkoorden, geen inderhaast bijeengeraapt zomerakkoord.”

Maar de legislatuur zit er bijna op. In oktober zijn het gemeenteraadsverkiezingen.

“Wij hebben nog een jaar te gaan en we gaan niet stilvallen. We zitten goed op schema.”

(Verschenen in Het Belang van Limburg, 16 juni 2018)

Comments are closed.

Post Navigation