Gelukkig zijn of goed presteren? Er zijn goede punten voor beide

Onderwijsexperts over kritiek van Geert Bourgeois (N-VA) op scholen

Moeten onze scholen, zoals Vlaams minister-president Geert Bourgeois (N-VA) suggereerde, meer inzetten op uitblinkende leerlingen en minder op hun welbevinden? De Morgen ging polsen bij onderwijsexperts.

Geert Bourgeois is ongerust over de kwaliteit van ons onderwijs, zo maakte hij afgelopen weekend duidelijk. Hij wees daarvoor naar studies van de OESO en PISA-rankings die illustreren hoe we onze Vlaamse voorsprong verliezen. Willen we erger voorkomen, dan moet ons onderwijs volgens hem meer inzetten op “durven excelleren, durven inspanningen vragen”. De slinger is volgens de N-VA’er nu “te veel doorgeslagen naar welbevinden”.

‘Een goed gevoel is geen voorwaarde voor een goede prestatie’

PEDRO DE BRUYCKERE, PEDAGOOG ARTEVELDEHOGESCHOOL/UNIVERSITEIT LEIDEN

Maar is dat ook zo? Navraag bij verschillende onderwijsexperts leert dat Bourgeois’ ongerustheid over onze onderwijsniveau door velen gedeeld wordt. Maar of er in deze ook een link is met het welbevinden van leerlingen, daarover is minder eenduidigheid.

“Zowel bijleren als je goed voelen is belangrijk. In het beste geval komen ze samen voor. Maar ze aan elkaar linken, dat kan niet. Het zijn twee aparte doelen”, vindt pedagoog Pedro De Bruyckere (Arteveldehogeschool/Universiteit Leiden).

Volgens hem is zeker niet zo dat een goed gevoel een voorwaarde is voor een goede prestatie. “Dat hardnekkige beeld blijft in Vlaanderen maar opduiken, terwijl er inmiddels veel meer wetenschappelijke evidentie is dat leren tot welbevinden leidt, eerder dan omgekeerd.” De Bruyckere heeft het in dit geval over de succeservaringen, die bij een nieuw inzicht verwerven of vaardiger worden komen kijken en leiden tot een goed gevoel.

Hij vraagt zich ook af of scholen wel zo met dat welbevinden bezig moeten zijn. De pedagoog verwijst naar de zogenaamde monitor van het Jeugd Onderzoeks Platform (JOP). Die bevroeg in 2012 Antwerpse en Gentse leerlingen hierover. “De onderzoekers zagen toen vooral hoe andere factoren buiten de school een impact hadden op het welbevinden van jongeren”, aldus De Bruyckere. Ze hadden het over hun toekomstperspectief, hun zelfbeeld, hun wooncomfort en hun materiële welstand. Die bleken een rol te spelen, volgens de onderzoekers. “Omdat er geen variatie op schoolniveau gevonden werd, vroegen ze zich af of de school zelf wel een invloed had.”

Bloemetjes en kleuren

Dat ons onderwijsniveau opgekrikt mag worden, dan we meer mogen excelleren, daarin krijgt Bourgeois ook gelijk van cognitief psycholoog Wouter Duyck (UGent). Hij vreest net als de minister-president de nefaste gevolgen voor onze maatschappij over twintig, vijfentwintig jaar. “We weten dat landen waar men een hoger cognitief niveau haalt, meer bedrijven opgericht en jobs gecreëerd worden, en dat extra IQ-punten zorgen voor een hoger bruto nationaal product.” Ook het individu is hiermee gebaat. “Beter lezen, redeneren, rekenen heeft ook een impact op het salaris en de jobtevredenheid.”

‘Scholen moeten meer verantwoording afleggen als het resultaat niet goed is. Het invoeren van centrale examens zou daarbij kunnen helpen’

WOUTER DUYCK, COGNITIEF PSYCHOLOOG (UGENT)

Hij gelooft in elk geval dat we meer inspanningen mogen verwachten. “Onze kinderen hebben de laagste prestatiemotivatie van de hele OESO. Als er nergens zo weinig ambitie is als hier, dan kan je toch moeilijk over een grote druk spreken?”

Net als De Bruyckere gelooft Duyck dat de zesjescultuur erg leeft. Dat is de cultuur waarin leerlingen snel tevreden zijn met een resultaat dat niet goed genoeg is. “Scholen moeten daar meer verantwoording voor afleggen”, vindt hij. “Het invoeren van centrale examens, zoals in zoveel buurlanden, zouden daarbij kunnen helpen.”

Wat Duyck nu vooral ziet, is hoe scholen voor een zachte aanpak kiezen. Hij heeft het over scholen die geen rapporten meer uitdelen, maar bloemetjes en kleurtjes toewijzen, “omdat een paar leerlingen anders een slecht gevoel zouden hebben”. Cijfers die illustreren hoe ingeburgerd deze aanpak is, heeft hij niet. Maar op basis van gesprekken met mensen in de praktijk, leidt hij af dat het lang geen uitzonderingen zijn. “En dat is echt een verkeerde keuze. Je moet kinderen net leren omgaan met moeilijke situaties en negatieve feedback, in plaats van hen hier vanaf te schermen. Zo bereid je hen niet voor op de arbeidsmarkt, die heel competitief is.”

Ideologische discussie

Mieke Van Houtte, onderwijssociologe aan de Universiteit Gent, vraagt zich af: moeten we altijd op die competitiviteit en economische groei inzetten. “Meer, hoger, beter. Dat kan natuurlijk, maar de vraag is, willen we dat ook? Wanneer is goed goed genoeg?”

Zij treedt een andere stem bij, namelijk die van topman van het Katholiek Onderwijs Lieven Boeve. Die had het over “de valse vergelijking” van Bourgeois. “De lat moet inderdaad hoog en we moeten leerlingen uitdagen. Maar dat is niet in tegenspraak met inzetten op het welbevinden van de leerlingen. Leerlingen die goed presteren, voelen zich goed. Maar dat welbevinden is ook een voorwaarde om goed te kunnen presteren. Het werkt in de twee richtingen”, stelde hij.

Er klonken al vaker van die valse tegenstellingen, gelooft Van Houtte. “Er is nog zo’n populaire non-vergelijking, namelijk die waarin het gaat over het inzetten op gelijke kansen versus het excelleren.  Er zijn ook heel wat mensen die geloven dat het een het ander uitsluit en voor nivellering zorgt, terwijl onderzoekers dit niet kunnen hardmaken.” Hetzelfde geldt volgens haar wat de discussie over welbevinden en excelleren betreft. “Dit blijft vooral een ideologische discussie.”

Zelf twijfelt ze aan de data die aangevoerd wordt als bewijs. “Zo’n OESO of PISA-studie zegt wel iets natuurlijk, maar het gaat ook over hele ruwe datasets. Beleidsmakers staren zich er blind op dit soort van vergelijkingen, terwijl een diepgaande analyse, die de verschillen verklaart, hierin net ontbreekt.”

 

(verschenen in De Morge, 19 juni 2018, PDF)

Comments are closed.

Post Navigation