Wij zijn Finland niet

Ook in Franstalig België is er controverse over de brede eerste graad in het middelbaar onderwijs. ‘Centrumlinks verwart gelijkheid met rechtvaardigheid’, zegt Laurent Henquet, onderwijsspecialist van de MR.

Ondanks een stuk of tien onderwijshervormingen in dertig jaar, laat de kwaliteit van het Franstalige onderwijs te wensen over. In internationale rangschikkingen slaan Franstalige leerlingen een modderfiguur, zeker in vergelijking met hun leeftijdgenoten in Vlaanderen. In 2015 kwam toenmalig minister van Onderwijs Joëlle Milquet (CDH) in de Franse Gemeenschap nog maar eens met een groot reddingsplan, het zogenoemde Pacte d’excellence. Na veel gepraat staat de hervorming bijna in de steigers, al valt het nog te bezien of de ambitieuze en dure plannen ook echt zullen worden uitgevoerd.

Een van de blikvangers is de brede eerste graad, tot en met het derde jaar van het middelbaar onderwijs. Van 5 tot 15 jaar zouden alle Franstalige kinderen hetzelfde onderwijs krijgen; pas nadien zouden ze een studiekeuze moeten maken. Het doel is om de sociale ongelijkheid, die volgens onderwijsspecialisten door een vroege studiekeuze in de hand wordt gewerkt, te verminderen.

MR-politicus Laurent Henquet, die twintig jaar leerkracht was en dertien jaar schooldirecteur, is tegen die brede eerste graad gekant. ‘Wij zijn Finland niet. Kijk naar de sociologie van onze leerlingen: in Brussel praat 55 procent van de kinderen thuis níét de schooltaal.’

Volgens Henquet is er ideologische verblinding in het spel. ‘Centrumlinks, dat in de Franse Gemeenschap al bijna dertig jaar de onderwijsportefeuille in handen heeft, verwart gelijkheid met rechtvaardigheid’, zegt hij. ‘Het gelooft in egalitarisme, en vindt dat alle kinderen hetzelfde moeten doen. Dat slaat nergens op. Kinderen moeten maximaal hun talenten benutten, maar sommigen zullen liever elektricien worden – en gelukkig maar. Het houdt geen steek om ze allemaal tot hun vijftiende te dwingen hetzelfde onderwijs te volgen. Als leerlingen zich dan gaan vervelen, raken ze gedemotiveerd, studeren ze niet meer en loert de mislukking om de hoek. Nog meer absenteïsme en schooluitval: dat zal het resultaat van deze onderwijshervorming zijn.’

Wat moet er volgens Henquet dan wél gebeuren om het Franstalige onderwijs te verbeteren? ‘Op de eerste plaats moeten we investeren in kleinere kleuterklassen van maximaal 15 à 20 kinderen. Ik bezoek dagelijks kleuterscholen en zie soms klassen met meer dan 40 kinderen. Dan komt er van opvoeding en onderwijs niets meer terecht.’

Verwijzend naar professor Wouter Duyck (UGent), die vindt dat het gelijkheidsdenken ook in het Vlaamse onderwijs is doorgeschoten, zegt Henquet dat Franstalig België voorts maximaal moet inzetten op verplichte kennis in het basisonderwijs. ‘We moeten ervoor zorgen dat alle leerlingen op het eind van de lagere school kunnen lezen, schrijven en rekenen. Dat is vandaag bij ons allerminst het geval.’

Door Han Renard

(verschenen in Knack, 24 januari 2018, PDF)

Share on Facebook0Tweet about this on TwitterEmail this to someoneBuffer this pageShare on LinkedIn0Share on Google+0Print this page

Comments are closed.

Post Navigation