Een taal kan gewoon heel mooi zijn, ook al is ze dood

Het is een oud verhaal, het verhaal van Daedalus en Icarus. Vader en zoon proberen van het Griekse eiland Kreta te ontsnappen. Met zelfgebouwde vleugels willen ze de Egeïsche zee oversteken en naar Athene vliegen. Hoe de dichter Ovidius het verhaal zo’n tweeduizend jaar geleden heeft opgeschreven, blijft verwonderen, vertelt de 16-jarige Lola Ruyters. ‘In de poëzie van Ovidius over Daedalus en Icarus zitten bijvoorbeeld heel sterke klanken die refereren aan het neerstorten van Icarus. Aan de tekst klopt gewoon alles. Je moet daar maar opkomen als schrijver! Zoiets ontdekken bij het analyseren van een tekst, daar kan ik echt gelukkig van worden.’

Ruyters volgt aan het Sint-Ritacollege in Kontich Grieks-Latijn, een nicherichting. In haar jaar, het vijfde middelbaar, zijn ze maar met drie leerlingen die beide klassieke talen leren. Over het algemeen staan de klassieke talen onder druk. Vorig schooljaar volgden nog 5.064 leerlingen Grieks, tegenover 5.921 leerlingen in het schooljaar 2008-2009 (wat overeenkomt met een daling van 14,5 procent). Ook het aantal leerlingen dat Latijn volgt, is fors gedaald (-18,6 procent). Vorig jaar waren er nog 23.339 latinisten.

De discussie over het nut van de klassieke talen laait opnieuw hevig op, nadat De Morgen vorig weekend over de cijfers had bericht. Waarom ligt de achteruitgang van Latijn en Grieks zo gevoelig? Wat dreigen we te verliezen?

De stemmen die net als Lola Ruyters de klassieke talen niet willen missen, worden luider. Op Radio 1 betuigde acteur Bruno Vanden Broecke zijn liefde voor het Grieks en de schoonheid ervan: ‘Het is een zinnelijke, mooie taal.’

Vandaag komen verdedigers van het Grieks, zo’n duizend leerlingen en honderd leerkrachten, op het Gentse Sint-Baafsplein samen. Advocaat Jef Vermassen zal er een pleidooi houden voor de waarde van het Grieks in het secundair.

Praktisch nut

‘Deze discussie is een symptoom voor een dieperliggend probleem: dat alles altijd een praktisch nut moet hebben’, zegt Koen De Temmerman, die als professor aan de vakgroep Letterkunde (UGent) literatuurgeschiedenis en antieke retorica doceert. ‘Daarmee de waarde van Latijn en Grieks onderuit willen halen, is populistisch. Want degelijk onderwijs betekent precies dat het alomvattend is.’

‘Ons cultuurhistorisch DNA, de basis van ons rechtssysteem en onze democratie, ligt in de klassieke oudheid. Grieks en Latijn zijn de twee vakken die dat met de nodige diepgang aanbrengen. Je daarover buigen, is toch intellectueel heel waardevol? De klassieke talen verrijken jongeren, net zoals wiskunde, chemie of een instrument leren dat doen.’

De klassieke talen zijn niet meer waard dan andere vakken, beklemtoont De Temmerman. ‘Maar ze zijn ook niet minder waard. Niet iedereen hoeft ze te volgen. Maar scholieren die er belangstelling voor

hebben, moeten gestimuleerd worden in plaats van ontmoedigd. De laatste jaren promootte de minister van Onderwijs evenwel ongegeneerd de (technologische en exact-wetenschappelijke) Stem-richtingen.’

Baken tegen kapitalisme

In de praktijk is het aantal lesuren per week beperkt en is de samenstelling van het lessenpakket een of-of-verhaal en geen en-en-verhaal. De zoon van schrijver Tom Naegels, bijvoorbeeld, staat voor de keuze. Hij trekt binnen enkele maanden naar het eerste middelbaar. ‘Kinderen die naar het eerste middelbaar gaan, kunnen kiezen tussen enerzijds een module van vier uur waarin ze allerlei interessante vakken krijgen – economie en wetenschappen en kunst en techniek, afwisselend, concreet, bruikbaar, rijk en uitdagend – en anderzijds voor vier uur Latijn. Niks anders. Gewoon Latijn. Woordjes blokken en naamvallen uit het hoofd leren’, schreef Naegels eerder deze week op Facebook.

De schrijver maakt er geen geheim van welke studiekeuze zijn voorkeur wegdraagt. Hij vindt het merkwaardig dat de klassieke talen zo’n grote status behouden. ‘Let op: ik ben niet tégen Latijn’, zegt hij aan de telefoon. ‘Ik heb het zelf ook gestudeerd en vond het een interessant vak. Maar ik weet helaas niets van economie.’

Zijn Facebookpost maakte veel reacties los. ‘Latijn is ook geschiedenis, cultuur, sociologie, psychologie, en qua vaardigheden: geheugentraining en leren nadenken en taalinzicht’, schreef iemand. ‘Maar dat zijn stuk voor stuk vaardigheden die je ook via andere vakken kunt verwerven’, antwoordt Naegels. ‘Denk aan het vak geschiedenis. Ik ijver voor meer geschiedenis. En taalinzicht verwerf je ook door bijvoorbeeld Duits te leren, dat ook naamvallen kent.’

Volgens Naegels hebben de klassieke talen nog altijd een prestigieuze status omdat zij een symbool zijn geworden voor een brede cultuuroverdracht via het onderwijs, ‘als een soort laatste baken tegen de absolute overwinning van het kapitalisme’. ‘De ijver voor Latijn en Grieks wortelt in de bezorgdheid dat die brede cultuuroverdracht het altijd moet afleggen tegen de praktische kennisoverdracht. Hetzelfde verzet zie je als de lessen geschiedenis of literatuur worden teruggeschroefd, of als de literaire canon wordt aangepast. Ik begrijp dat. Ik wil ook dat mijn kinderen voldoende vakken krijgen die cultuur overdragen. Maar dat hoeft dus niet via Latijn of Grieks.’

‘Ik vind het vreemd dat Latijn systematisch bij de “niet-nuttige, maar wel waardevolle vakken” wordt ondergebracht, terwijl bijvoorbeeld economie als louter elitair, utilitaristisch doorgaat. Ook economie gaat over menselijk gedrag, over sociologie, over filosofie. Waarom zou dat vak niet kunnen bijdragen aan een brede cultuuroverdracht? Ik denk niet dat mijn kind iets mist door geen Latijn te leren.’

Hoge slaagcijfers

Wouter Duyck, professor cognitieve psychologie aan de UGent, spreekt dat volmondig tegen. ‘Het grootste geheim van de klassieke talen bestaat erin dat zij als een van de weinige richtingen zijn ontsnapt aan de teloorgang van de hoge verwachtingen en doelstellingen die ons onderwijs aan leerlingen oplegt. Verwachtingen die aan leerlingen worden gesteld, zijn de sterkste voorspeller van hun prestaties. Terwijl in andere richtingen rapporten door bloemetjes worden vervangen, wordt in Latijn de lat nog altijd hoog gelegd. Dat is de grootste kracht van het vak.’

Om de ‘kracht’ van de klassieke talen te illustreren, verwijst Duyck naar de slaagcijfers van leerlingen Latijn en Grieks in het hoger onderwijs. ‘Bijvoorbeeld op de toelatingsproeven geneeskunde scoren zij fantastisch’,

zegt hij. ‘Beter dan leerlingen wetenschappen-wiskunde. In die richtingen komen nochtans kinderen terecht met eenzelfde basispotentieel. Ook in wetenschappen-wiskunde zitten bollebozen. Dat wie Latijn of Grieks studeerde, toch hogere slaagpercentages haalt, is aan de opleiding zelf te danken.’

‘Het bestuderen van een taal met naamvallen en een moeilijke grammatica heeft een positieve impact op de cognitieve vaardigheden van jongeren, toont onderzoek aan. Die zou zelfs niet beperkt blijven tot het talige domein, maar zich ook daarbuiten laten voelen, bijvoorbeeld op het redeneervermogen. Je kunt verwachten dat je die voordelen ook hebt bij de studie van, bijvoorbeeld, Chinees of een ingewikkelde programmeertaal. Maar die vakken bestaan nog niet in ons onderwijs en het zou vele jaren duren om ze met goede leerplannen te ontwikkelen. Latijn en Grieks hebben de tand des tijds al vele eeuwen doorstaan.’

En wat vindt leerlinge Lola Ruyters? Had zij graag Chinees geleerd in plaats van Latijn of Grieks? ‘Chinees had ik ook wel willen leren. Maar ik had die keuze niet.’

‘Toen ik moest kiezen, trok me ook wel gewoon de cultuur van de oudheid aan. De beeldhouwkunst, bijvoorbeeld. Hoe de kunstenaars er al in die tijd in zijn geslaagd om uit een blok marmer zeer gedetailleerde beelden te maken van bijvoorbeeld Homerus.’

Na haar zesde middelbaar zal Ruyters trouwens een streep trekken onder de talen. Ze wil binnenhuisarchitecte worden. ‘Ik houd ervan als zaken op elkaar zijn afgestemd en in proportie zijn. Ja, een beetje zoals in de teksten uit de klassieke oudheid.’

Rhonald Blommestijn, Maxie Eckert, Jef Poppelmonde (Verschenen in De Standaard, 2 mei 2018, PDF)

Comments are closed.

Post Navigation